Bron: Elsevier, 21 juli 2009
In Nationaal Landschap Noordoost Twente worden boerderijen en erven in oorspronkelijke staat hersteld. 'We zijn nu eenmaal Twenten, geen Zeeuwen'
Wierd Duk
Een leek zou er niet zo één twee drie op komen, maar voor agrarisch ondernemer Harrie Boomkamp (60) uit Denekamp is het inmiddels gesneden koek: je plant geen coniferen op een boerenerf in Noordoost-Twente. 'Coniferen kwamen hier oorspronkelijk niet voor,' zegt Boomkamp, eigenaar van de rustieke Erve Elferman. De coniferen worden daarom vervangen door 'typisch Twentse hagen', zoals de meidoorn of de haagbeuk. Dat oogt authentieker.
Boomkamp neemt deel aan het project 'Streekeigen Huis en Erf', dat dit voorjaar begon. Het initiatief van de provincie Overijssel en een drietal gemeentes (Oldenzaal, Dinkelland, Tubbergen) is één van de pijlerprojecten van Nationaal Landschap Noordoost Twente (zie kader). Het heeft tot doel om eigenaren te stimuleren hun boerderijen en erven op te knappen en ze terug te brengen in de oorspronkelijke staat.
In totaal gaat het in deze regio om 450 erven en vijfentwintig 'historische elementen'. Van die erven hebben tachtig een hoge cultuurhistorische waarde.Het project, dat duurt tot 2013, draait niet alleen om de eventuele vervanging van de beplanting of het herstel van gevels, (rieten) daken en de karakteristieke witte windveren op de boerderijen. Harrie Boomkamp, die zich heeft gespecialiseerd in de biologische vleeshandel, laat zelfs een nieuw koetshuis bouwen. Zijn Erve Elferman, een van de oudste boerderijen in Twente, moet daardoor nog nadrukkelijker passen binnen het karakter van deze dunbevolkte streek.
Boomkamp heeft deskundig advies ingeroepen over de manier waarop hij het beste zijn erf kan inrichten. Want: waar plant je de eiken? Boomkamp: 'Het antwoord hangt samen met de vraag waar het weer vandaan komt. Eiken dienen als beschutting tegen weersinvloeden.' Een andere vraag is, zegt Boomkamp, hoe krijg je voldoende schaduw in de weilanden voor de koeien?
Jan Oldekamp (56) van Landschap Overijssel gaat bij de erven langs en geeft adviezen. Waarom vindt hij de opknapbeurten belangrijk? Oldekamp: 'Omdat we de eigen identiteit van de streek willen behouden. Als je niet oppast, lijkt een Twents erf al snel op een Zeeuws erf. Terwijl dit landschap en de boerderijen door de eeuwen heen juist hun karakteristieke eigenschappen hebben gekregen. Dat is allemaal cultuurhistorie: zó ziet Twente eruit. Dat willen we graag bewaren.' Twentse kenmerken zijn bijvoorbeeld de geveltekens op de daken van de boerderijen, de rode dakpannen en de in Twente gebakken steen.
Voor het project is vijf miljoen euro beschikbaar gesteld, waarvan meer dan de helft door de deelnemende eigenaren wordt opgehoest. Particulieren die veranderingen willen aanbrengen op hun erf komen in aanmerking voor een deelsubsidie.
Achter de kleine vragen in Twente over de beste plek voor de meidoorn of over de kwaliteit van waterputten en bakhuisjes, gaat een breder debat schuil: dat over het behoud van het Nederlandse landschap. En - heel Nederlands - over de maakbaarheid ervan.
Bijna zeventig procent van de Nederlanders maakt zich zorgen over de toekomst van het landschap, weet het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), dat zich baseert op eigen onderzoek. Het ministerie gooit er daarom, samen met het ministerie van VROM, de provincies en veertig maatschappelijke organisaties, een publiekscampagne tegenaan ('Een mooier landschap, maak het mee!' ), om aan de mensen duidelijk te maken 'wat zij zelf voor het landschap kunnen doen' - want meer dan de helft van de Nederlanders wíl zich wel inzetten voor behoud van het landschap, maar weet niet hoe.
Het klinkt flauw in dit verband, maar veel Nederlanders zien door de bomen het bos niet meer. Het grote aantal organisaties dat zich bezighoudt met landschapsbeheer en de enorme hoeveelheid landschapsprojecten ontnemen de burger het zicht op wat er precies gebeurt. Een voorbeeld is het streekporoject in Twente, dat valt binnen de activiteiten van het Nationaal Landschap Noordoost Twente.
Het gebied tussen de steden Enschede, Hengelo, Almelo en de Duitse grens kreeg in 2006 de status van Nationaal Landschap Noordoost Twente. Wegens het kleinschalige, groene karakter van dit glooiende landschap, dat wordt bepaald door houtwallen, singels en bossen. En wegens het opmerkelijke complex van beken, bronnen, essen (hoog gelegen akkers), kampen (kleine essen) en moderne ontginningen, dat contrasteert met de open ruimtes van Noord- en Oost-Nederland.
Noordoost Twente was al Waardevol Cultuurlandschap en er stonden al veel projecten tot verbetering van het landschap op de rails, maar de status van Nationaal Landschap bleek, volgens Jan Oldekamp van Landschap Overijssel, een grote hulp. 'Door het extra geld kunnen we bestaande plannen sneller en beter uitvoeren.'
'Behoud door ontwikkeling' is het devies achter de Nationale Landschappen. Dus niet alleen maar behoud: de Nationale Landschappen mogen geen musea worden. Voor Harrie Boomkamp is die opdracht vanzelfsprekend. 'Het zit in het hart van een Twentenaar dat je je verplicht voelt tegenover je wortels. Wij zitten niet te wachten op Amsterdammers in een grote auto die hier onze boerderijen komen opkopen en een zwembad in de tuin aanleggen. Ik wil koeien in de wei, eikebomen op het erf en een zwaluwnest op de deel.'
De 'ontwikkeling' zit bij het echtpaar Boomkamp in hun moderne, biologische veehouderij en in de website waar rundvlees ('Dinkeldalvlees') kan worden besteld dat in de eigen, ambachtelijke slagerij wordt bereid en verpakt. Boomkamp heeft goede verwachtingen voor Nationaal Landschap Noordoost Twente. 'Je kunt iets aantrekken, of je kunt je kleden. Dit gebied heeft een mooie toekomst, als we er maar goed voor zorgen.'












