Een dag aan de slag met.. boerenlandvogelvrijwilliger Harm Jan Kerssies

Grutto, foto: Annie Keizer

Kieviten die opkomen uit het boerenland en sierlijk om elkaar heen vliegen, druk roepend om de aandacht van hun partner te wekken. Wulpen die overvliegen met hun herkenbare snavel naar de gulp: het weidevogelseizoen is begonnen!

Maar helaas zitten we in het weidevogelseizoen van 2020 midden in de coronacrisis. Waar onze boerenlandvogelvrijwilligers er de komende tijd volop op uit trekken, is ons advies om nu zoveel mogelijk thuis te blijven. Alleen noodzakelijke monitoringswerkzaamheden worden door individuele vrijwilligers uitgevoerd. Maar de meeste werkzaamheden liggen stil. De gezondheid van ons allen staat voorop! Natuurlijk hopen we met elkaar dat iedereen binnenkort weer aan de slag kan en daarmee de boerenlandvogels helpt te beschermen, want zonder deze inzet hebben ze het zwaar.

Hoe ziet een “gewone” dag als boerenlandvogelvrijwilliger er eigenlijk uit? En wat is de motivatie van een boerenlandvogelvrijwilliger om zich voor onze boerenlandvogels in te zetten?Boerenlandvogelvrijwilliger Harm Jan Kerssies neemt je mee in zijn vrijwilligerswerk en zijn passie voor de boerenlandvogels. Lees hier zijn verhaal.

Deze passie zit in de familie

“Vanaf mijn vijfde liep ik al door het boerenland op zoek naar eieren van boerenlandvogels. Al vroeg begon ik met het markeren van nesten, zodat boeren de nesten konden sparen. Ik kom uit een boerenfamilie die dicht bij de natuur staat en zo ben ik met het boerenlandvogelvrijwilligerswerk besmet. Vanaf 1986 ben ik weidevogelbeschermer bij de Hammer Vogelwacht en sinds 2013 ben ik de voorzitter. Ik doe dit werk in Overijssel en mijn drie broers maken Drenthe “onveilig”. Het liefst loop ik in mijn eentje, in alle rust door het land.

Mijn grootste motivatie

Zonder de hulp van vrijwilligers zijn boerenlandvogels kansloos. Wij markeren de nesten in het boerenland, zodat boeren de nesten sparen tijdens de benodigde landwerkzaamheden. Ook ligt predatie vanuit het land (denk aan vossen en dassen) en vanuit de lucht (buizerds en kraaien) op de loer. Ik kan met deze wetenschap niet aan de kant staan en toekijken. Ik voel dat mijn hulp, samen met die van vele vrijwilligers, hard nodig is. En natuurlijk geniet je er zelf ook van! Niets is zo fijn als met de haren in de wind en met je hoofd in het voorjaarszonnetje in het landschap te lopen.

Een kijkje in mijn dag

Tot vorig jaar markeerde ik de nesten in het land van vier bedrijven, in totaal zo’n 200 ha. Dit jaar zijn daar de gronden van twee boeren bij gekomen. Ik loop de gronden af en markeer de nesten met rietstengels. Ook heb ik mee mogen werken aan een plasdras systeem van ongeveer een hectare. Hiermee maken we het territorium aantrekkelijker voor weidevogels, want zo zijn ze beter bestand tegen predatoren vanaf de grond. Daarnaast hebben we een tweetal kuikenstroken aangelegd in het landschap. Dit zijn stroken grasland die niet worden gemaaid, om aanwezige kuikens schuil te huiden voor roofvogels. Wat dit werk zo leuk maakt, is de samenwerking andere vrijwilligers en boeren. Uiteindelijk werk je van het markeren van nesten naar fundamenteel betere omstandigheden voor weidevogels in het landschap.

Ultiem genietmoment

Elk jaar geniet ik ontzettend van de bijna vliegvlugge jongen van de kievit, grutto, wulp, tureluur en scholekster. Mijn mooiste foto is een viertal vliegvlugge gruttojongen uit 2016. De foto zelf is niet zo bijzonder, maar het gevoel dat ik erbij krijg, is onbeschrijflijk. Ik herbeleef dat moment en dat bijzondere gevoel als ik naar de foto kijk. Mijn favoriete vogels zijn toch wel kieviten en wulpen. In 2013 beleefde ik mijn ultieme wulpenjaar waarin ik drie wulpenparen waarnam met uiteindelijk vijf vliegvlugge jongen.”