In gesprek met Tom Egbers

BIO - Bekende In Overijssel

Tom Egbers staat bekend als een gentleman onder de sportpresentatoren, interviewers en journalisten. Zijn haar zit al 30 jaar in de war - in contrast met zijn piekfijne kleding - en hij is prettig in de omgang. Als zoon van een Nederlandse vader en een Engelse moeder zag hij het levenslicht in Almelo (1957). We ontmoeten elkaar op het gezellige terras van ‘Proeflokaal België’ in zijn geboorteplaats.

Tekst en interview: Coen Seur

Kun jij in verdienstelijk Twents een beeld van Almelo schetsen?

‘Nou, die vraag schuif ik graag door naar specialist Herman Finkers, die een album heeft gemaakt met louter liedjes over Almelo, in heerlijk dialect: ‘Koo Wit De Floo’ (Go with the flow). ‘Wat mijzelf betreft: ik heb hier tot mijn achttiende gewoond en ben er gelukkig geweest met mijn familie, vrienden, voetbalclub Herácles en de leraren die geprobeerd hebben mij les te geven.

‘Geprobeerd hebben’ – was je een tikje rebels in je jonge jaren?

‘Vond ik zelf wel meevallen. Maar ik had een nogal uitgesproken mening over wat zinvol was en niet. Ik was tijdens mijn middelbare schoolperiode een keer door een leraar opgesloten in een lokaal om strafregels te pennen: toen ben ik ontsnapt via de regenpijp – die er nog steeds hangt, overigens. Puur jeugdsentiment!’

Tom, we zitten tegenover het beeld van Willem ‘Pille’ van Laar, alias Koperen Ko. Een Twentse cultheld?

‘Een ‘cultheld’ vind ik te zwak uitgedrukt: een cultuurheld was het! Van Almelo tot Twente tot landelijk na een filmregistratie van Jan Vrijman. Een straatmuzikant met een trommel op z’n rug, inclusief bekkens en belletjes. Die graag een borreltje lustte en nog een paar. Wim Sonneveld heeft hem later nagedaan als Nikkelen Nelis – en niet andersom!... Ko woonde in de Mendez da Costastraat, een iets te chique naam voor een resocialisatiewijk waar het er ruig aan toe kon gaan. Ik had in die tijd een vakantiebaantje als melkboer - zuivel, fris en Grolsch bier - en op mijn route passeerde ik altijd zijn huis. Als hij het rammelen van mijn kar hoorde kwam hij snel naar buiten: ‘Melkboer, doe mie nog e’ben twee potjes bier.’ Qua esthetiek wordt het monument voor Ko wisselend gewaardeerd, maar in de bewonderende woorden van zijn zoon: ‘Het liekt precies mien va!...’.’

Wat is voor jou kenmerkend voor het Twentse landschap?

‘Weet je wat het is, toen ik hier woonde als puber had ik niet echt oog voor bijvoorbeeld het coulissenlandschap. Ik was vooral geïnteresseerd in de overstap naar de wijde wereld waar het allemaal te doen was.’ (Lachje) ‘En dan maak je niet de omgekeerde beweging richting Zenderen, Borne en Losser. Later ben ik mooie plekken als Ootmarsum en Saasveld echt gaan waarderen. Wat ik heel bijzonder vind, is dat er op een flinke steenworp afstand van dit terras een prachtig Middeleeuws kasteel staat, Huize Almelo. Daar ligt een door bomen omzoomde allee die kilometers lang is. Die in zijn eindeloosheid lijkt te verdwijnen in het niets. Als je daar doorheen fietst, word je opgenomen in een ware oase van rust - ben je helemaal Zen als je er weer uitkomt!...’

We kijken ook uit op de Almelose Aa, waarin de prachtige grote beek de LooLee uitkomt. Welke jeugdherinneringen stromen mee?

‘Ik denk met warmte terug aan mijn middelbare schooltijd op het Erasmus Lyceum. Daar kwam ik in contact met kinderen van allerlei pluimage: zonen van textielfabrikanten, maar ook dochters van boeren. En was ik onder de indruk van die bevlogen linkse leraar met lang haar en snor. Ik heb in Almelo eigenlijk veel geleerd wat me later van pas is gekomen. Op amoureus gebied bijvoorbeeld om af en toe te incasseren, in combinatie met het vieren van bescheiden successen. Ook van maatschappelijke verhoudingen heb ik aardig wat opgestoken. Je had in mijn jeugd nog een levendige, behoorlijk feodale textielhandel. Aan het hoofd stonden de rijke textielbaronnen. Katoenbalen werden per schip of trein aangevoerd vanuit de haven van Rotterdam. Wij - ik spaarde voor een gitaar - moesten de lading lossen in een opslagplaats, loodzwaar werk. Ik heb daar geleerd om door te bijten. En ik had natuurlijk het geluk dat ik na de zomervakantie gewoon weer naar school mocht. De vaste arbeiders moesten jaar in jaar uit lange werkdagen maken voor een schamel
loontje.’

Wat moet van karakteristiek Twente zeker bewaard blijven?

‘Ik zou het mooi vinden als Twente een streek blijft waar mensen welkom zijn. Voor buitenstaanders lijken Twentenaren misschien wat stug, maar als je daar doorheen prikt – waar weinig voor nodig is – dan heb je ze voor het leven. Geef mij de rust van Twente en zijn inwoners: goed dat je er bent en je hoeft niets. Niemand dringt zich op, af en toe hoor je ‘hoi’ of iemand steekt een hand op… Ik hou ervan.’

In de tv-serie ’Toms Engeland’ onderzoek je ter plekke in hoeverre het Engeland van jouw moeder nog bestaat. Hoe zou vanuit dat format ‘Toms Twente’ eruitzien?

‘Leuk idee, dat zou een hele schilderachtige reeks kunnen worden. Zo zou ik zeker naar de oude speeltuinvereniging gaan waar ik lid van was, VOK (Voor Onze Kinderen). Op woensdagmiddagen kon je in het filmgebouwtje voor een kwartje naar de Dikke & de Dunne kijken en als je lid was gratis. Ik wil dan graag weten of zo’n gebouwtje er nog staat en zo ja, of er nog steeds kinderen komen of dat het bijvoorbeeld gebruikt wordt voor lessen aan nieuwe Nederlanders. Van die dingen.’

Je hebt nog steeds die gretigheid van de Jonge Onderzoeker.

‘Zeker weten!...’

Meer info over Tom

In ons moderne tijdsgewricht kun je pijlsnel via Twitter ventileren wat je van iets of iemand vindt, bijvoorbeeld ‘compleet waardeloos’ of ‘helemaal top’. Hoe anders ging dat in de jaren negentig. In die tijd ontving Tom in Hilversum tientallen brieven met een bijgesloten kammetje. Ofwel: ‘Kam je haar eens wat vaker!’…

Opa, vader en Tom speelden allen bij de legendarische Almelose voetbalclub Heracles (met het accent op de -a!) Historisch feit: De kleine Tom debuteerde als 9-jarige linksbuiten in Heracles D2 met een doelpunt in de met 5-2 gewonnen wedstrijd tegen Omhoog D1 in Wierden.

Tom schreef het – verfilmde - boek ‘De Zwarte Meteoor’, over de door hem bewonderde Zuid-Afrikaanse wondervoetballer Steve Mokone. Naast zijn unieke prestaties bij Heracles was Mokone door zijn donkere huidskleur toendertijd een opmerkelijke verschijning in het Twentse!

Een voorbeeld van ‘het Engelse’ in Tom en de bijbehorende emoties: ’Als ik naar het ‘Wilhelmus’ luister dan doet me dat echt wel wat, maar van ‘God save The Queen’ krijg ik kippenvel.’

Gravenallee Huize Almelo

Fotograaf: Josette Veltman - de Greef