Welkom in de Overijsselse Landschappen

Overijssel is een provincie met een grote variatie aan landschappen en is daardoor wat ons betreft een van de aantrekkelijkste provincies. Er zijn vlakke polders met kaarsrechte lijnen, beboste hoge stuwwallen met een vaak on-Nederlands aandoend reliëf, kleinschalige en besloten landschappen met slingerende wegen en eeuwenoude boerendorpen, open meren met grote rietvelden, bruisende beken en grote traag stromende rivieren.

De verscheidenheid aan landschappen is ontstaan door de verschillen in de ondergrond en hoe de mens daar mee om is gegaan. Daarbij hebben ‘hoog’ en ‘laag’ een belangrijke rol gespeeld, evenals de aanwezigheid van water. Onze voorouders kozen hun woonplaatsen in eerste instantie op relatief hoge, droge plekken, maar wel vlakbij een rivier of beek zodat ze water hadden voor zichzelf en voor hun vee. Pas later waren de Overijsselaars ook in staat om nattere gebieden geschikt maken voor gebruik en bewoning.

Wat ligt waar?

In Overijssel loopt de bodem af van oost naar west. In het westen liggen de natste gebieden, zoals de Weerribben en de Wieden in de Kop van Overijssel en de zeekleilandschappen langs de voormalige Zuiderzeekust. In het oosten liggen de hogere zandgronden van Twente en Salland waar de oude zandlandschappen en de jonge ontginningslandschappen zijn ontstaan. Een aantal rivieren en heel veel beken doorkruizen de provincie, en hebben hun eigen invloed gehad op het landschap.

De stuwwallen vormen in Overijssel een opvallend element. Deze langwerpige bulten zijn een overblijfsel van de ijstijden. Ze liggen verspreid door de hele provincie, maar voornamelijk in het oostelijke deel. Het grote aantal stuwwallen in Overijssel is heel kenmerkend voor Overijssel.

Direct naar de landschappen


Steekt u liever uw handen uit de mouwen?
Vliegtuigheuvel 2