Aan de zuidoostkant van Enschede, bij de Grevengoorweg en de Kersdijk, heeft Stichting Landschap Overijssel een insectensnelweg gerealiseerd. Tussen twee heidevelden zijn open stroken gecreëerd terrein, waardoor een route is ontstaan waarlangs vlinders en andere insecten gemakkelijk van het ene naar het andere terrein kunnen vliegen.
Uitsterving
Insecten zijn sterk afhankelijk van open, zonnige plekken. In dicht bos of tussen hoge struiken is het moeilijk navigeren voor ze; het is er bovendien vaak te donker, te koel en te vochtig voor ze. In de overgebleven heidevelden in het heide-ontginningsgebied hebben ze weten te overleven. Maar die heidevelden zijn de laatste decennia vanaf de randen steeds verder dichtgegroeid met bomen en struiken. Daardoor krijgenvlinders en andere insecten het er steeds moeilijker en worden soorten bedreigd met uitsterving. “Bij de Kersdijk en de Grevengoorweg heeft Landschap Overijssel hun leefgebied nu weer vergroot,” stelt projectleider Wesley Meulenkamp.
Vlindercorridor
Twee geïsoleerd gelegen heidevelden zijn er met elkaar verbonden door de tussenliggende graslandpercelen aan te pakken. Op deze percelen van particuliere eigenaren zijn in de houtwallen en bomenrijen enkele vlindercorridors gemaakt, zodat insecten weer ongehinderd van het ene naar het andere veld kunnen vliegen.
Kalk
Eerst zijn op meerdere plekken spontaan opgekomen bomen – ook wel opslag genoemd – dichte struiken en enkele bomen verwijderd, zodat er ruimte kwam voor zonlicht en open vegetatie. Daarna is een deel van de bodem verschraald door de voedselrijke bovenlaag weg te halen. Omdat veel gronden in deze regio bovendien zijn verzuurd door stikstofneerslag, bemesting en ontwatering, is de bodem ook bekalkt. Daarnaast is heidemaaisel uit andere terreinen uitgestrooid. Daarmee worden zaden en kieming geholpen, zodat de gewenste vegetatie zich sneller kan ontwikkelen en er meer variatie in planten en insecten ontstaat.
Vliegroutes
Door het verwijderen van de opslag, struiken en jonge bomen is er nu weer ruimte voor licht en warmte. Dat zorgt op de zonbeschenen heide, kruiden- en grasland en voor open ‘vliegroutes’, waarlangs insecten zich veilig tussen natuurterreinen kunnen bewegen. Ook soorten als geelgors en boomkikker profiteren van de maatregelen.
Bestuivers
Vlinders en andere insecten spelen een onmisbare rol in de natuur. Ze zorgen voor bestuiving van planten, vormen voedsel voor vogels en andere dieren en zijn een belangrijke graadmeter voor de kwaliteit van het landschap. Als insecten verdwijnen, raakt het hele ecosysteem uit balans. Zonder bestuivers geen bloemen, minder voedselgewassen en een verarmde natuur. Door te investeren in het behoud en herstel van leefgebieden voor insecten, investeren we dus ook in een gezonde, veerkrachtige natuur waar iedereen van profiteert.
Groter leefgebied
Projectleider Meulenkamp verwacht dat de nieuwe ‘insectensnelweg’ de komende jaren steeds waardevoller wordt. "De heidevelden zijn niet langer geïsoleerd, maar vormen samen weer een groter leefgebied. Daarmee ontstaan meer kansen voor typische heidesoorten — en vooral voor de vlinders en andere insecten die afhankelijk zijn van een open, zonnig en bloemrijk landschap, zoals het heideblauwtje."
Dit project is mede mogelijk gemaakt door het Van Hemert-Coldeweij Fonds, dat door SBNL Natuurfonds wordt beheerd.