Kleurrijke poolbewoner gek op onze bessen

Tekst: Suzanne van Gaale

In de winter komen we hem soms tegen, de pestvogel. Een genot om naar te kijken vanwege zijn kleurrijke verenpracht. Hoe komt deze vogel aan zijn naam en waarom is het ieder jaar weer afwachten of we hem in Nederland zien?

Zijn kleurrijke voorkomen doet vermoeden dat de pestvogel leeft in exotische oorden. Niets is minder waar. Deze vogel woont het grootste deel van het jaar in de bosrijke taigagebieden in het hoge Noorden. Tijdens de herfst- en wintermaanden wil hij echter nog wel eens richting Nederland trekken. Soms nog iets zuidelijker, maar verder dan België en Noord-Frankrijk vliegt hij niet.

Winterse verhuizing

Dit heeft alles te maken met zijn dieet. De pestvogel is namelijk verzot op insecten en bessen. In de broedtijd gedurende de zomer staan insecten op het menu. Muggen, vliegen, kevertjes en spinnen zijn er in deze periode meer dan genoeg in Noord-Scandinavië en Rusland. Zodra de winter intreedt, verdwijnen de insecten en schakelt de pestvogel over op een andere menu, namelijk bessen. Daar doet deze pestvogel zich graag tegoed aan. Wanneer het erg koud word of als de bessen op zijn trekt de pestvogel noodgedwongen naar zuidelijkere regio’s als Zuid-Scandinavië. Is het echter een slecht bessenjaar waardoor er ook daar weinig bessen te vinden zijn, dan trekt de vogel verder door naar onder meer Nederland.

lijsterbes

Bessenaanbod

De kans dat je hem bij ons tegenkomt is het grootst van oktober tot en met maart in Noord- en Oost-Nederland waaronder ook in Twente en de Achterhoek. Dat wil echter niet zeggen dat je ze bij ons in grote getale ziet. Het wisselt per jaar afhankelijk van het aanbod bessen in Scandinavië en de aanwas aan jonge vogels. Dit najaar zijn ze al wel gesignaleerd op de Lemelerberg, Sallandse Heuvelrug, in Hasselt, Ootmarsum en Hengelo. In deze gebieden groeien voldoende bessen. Denk aan bessen van bosbessen, lijsterbes, meidoorn, Gelderse roos en in stedelijke gebieden de bessen van rozenstruiken, liguster en cotoneaster. Ook sierappels eet de pestvogel graag. Wil je de pestvogel met eigen ogen zien? Neem dan vooral een kijkje in plantsoenen en tuinen met veel bessenstruiken. De vogel is vooral te zien in stedelijk gebied en niet zozeer in natuurgebieden.

foto Mark Zekhuis

Oorsprong van zijn naam

Hoe komt zo’n mooie vogel toch aan de naam pestvogel? Volgens de overlevering heeft het zijn naam te danken aan de grootschalige pestepidemieën die Europa tijdens de Middeleeuwen teisterden. Mensen wisten niet wat de oorzaak was van deze ziekte en dus zochten ze allerlei verklaringen. Omdat de pestvogel een nogal opvallend uiterlijk heeft, zag men het als mogelijke verspreider en overbrenger van de pest. In Groot-Brittannië heeft men voor de pestvogel overigens een veel mooiere naam: Bohemian Waxwings.

foto Jacob van der Weele

Hoe herken je de pestvogel?

De vogel is een plaatje om naar te kijken. Hij doet eerder denken aan een exotische vogel dan een bosvogel uit het hoge en koude poolgebied. Vooral zijn kuifje valt op en de kleuren van zijn verenkleed: geel, zwart, beigebruin en rood. In dat opzicht past hij mooi in het rijtje van de Vlaamse gaai en appelvink. Let vooral op zijn vleugels. Die zijn opvallend geel-zwart gestreept. De einden van de armpennen kleuren felrood wat doet denken aan zegellak. En de staartband is helder geel. Vliegend in de lucht lijken ze net een zwerm spreeuwen, ze bewegen zich namelijk op dezelfde manier. Als je echter een geluid hoort dat klinkt als een hoog belletje, weet je dat het geen spreeuwen maar pestvogels zijn. De vogels zijn geen mensen gewend en daardoor nauwelijks schuw.

tip!

Vogels in de winter: wat kun jij doen?

In een koude winter kunnen alle vogels wel wat extra’s gebruiken. Zeker als er een pak sneeuw ligt en/of streng vriest. Dan verbruiken ze veel energie om hun lichaamstemperatuur peil te houden. Ze verliezen soms wel 10 procent van hun gewicht tijdens een hele koude nacht. Vetbollen en pinda’s zijn dan ook erg welkom en zorgen voor extra energie. Zolang het niet hard vriest, is het prima om water neer te zetten. Bij strenge vorst is het beter geen water aan te bieden. En ligt er sneeuw dan kun je dit verkruimelen zodat ze de ijssplinters kunnen oppikken. Als je in je tuin veel struiken met bessen plant, maak je het extra aantrekkelijk voor pestvogels, deze komen namelijk niet op vetbollen af maar wel op besdragende struiken. De bessen zijn een extra traktatie voor ze in de winter.