Boomkikker

Piepklein, maar wat een herrie....

Boomkikker, foto Mark Zekhuis

Herkenning

De boomkikker is een klein en egaal grasgroen kikkertje, soms ook bruin of gelig van kleur. Ze worden maximaal 5 cm groot. Van de neus naar de heupen, over de ogen, loopt een bruine streep. De huid op de rug is helemaal glad. De boomkikker heeft lange tenen en vingers met op de toppen ’hechtschijfjes’ waarmee hij goed kan klimmen.

De boomkikker is vaak te vinden in beplanting, op 1 à 2 meter hoogte. In de voortplantingsperiode in mei/juni is de boomkikker ook te vinden in de oeverzone van het voortplantingswater. Hij is met name ‘s nachts actief. Overdag zitten ze vaak stil op een plekje in het zonlicht. Het gekwaak is een hard kekkerend geluid dat enkele kilometers ver draagt. Bij gevaar vlucht de boomkikker liever klimmend weg dan dat hij weg springt.

Leefgebied

In een kleinschalig en nat landschap voelt de boomkikker zich goed thuis. Hij komt met name voor in Twente en bij de Reest en Regge. Er moeten wel meerdere geïsoleerde wateren zijn waar de larven kunnen opgroeien. Dit zijn bij voorkeur ondiepe, tijdelijke plassen of poelen die volledig in de zon liggen. Hij houdt niet van te veel oeverbegroeiing en er mag absoluut geen vis in het water zitten.

Op niet meer dan 100 m moet een aantrekkelijk land en overwinterings-biotoop zijn, zoals drogere bosjes, houtwallen, jonge boompjes en veel ruigte (liefst braam of framboos). Extensief beheerde weilanden zijn ook aantrekkelijk. Daar kan de boomkikker zonnen, insecten vangen en schuilen.

Download de ervenscan en bekijk wat jij kunt doen voor de boomkikker.