De achtertuin van Bauke Hoekstra

‘Mollen, muizen, vleermuizen, alle zoogdieren zijn mij even lief.’

Mollen, muizen, vleermuizen, alle zoogdieren zijn mij even lief.
Bauke Hoekstra

Het is 1934 wanneer Bauke Hoekstra als kleine jongen in Deventer aan de “goede” kant van de IJssel komt wonen. Zijn ouders zijn geen natuurliefhebbers, maar een buurman neemt hem graag mee als zijn pupil. In de jaren die volgen, leert Bauke de uitgestrekte uiterwaarden tussen Zutphen en Zwolle kennen. “Ik deed veel onderzoek naar uilen, kende alle broedgevallen”, vertelt Bauke. “Zo heb ik in Olst 24 maanden lang de braakballen van een kerkuilenpaar verzameld. Het gaf mij een goed beeld van het voedselverloop en de balans in de natuur. Het deed mijn fascinatie voor kleine zoogdieren groeien.”

Qua beroep kiest Bauke voor het onderwijs. Na zijn opleiding aan de kweekschool in Deventer gaat hij opeenvolgend aan de slag op basisscholen in Arnhem, Goor en Almelo. Ook geeft hij een tijd lang biologie aan een kweekschool. “In mijn vrije tijd ben ik mij helemaal gaan specialiseren in zoogdieren. Zo bracht een combinatie van uilenballen pluizen en veldonderzoek het inzicht dat de veldspitsmuis in Twente een veel algemenere soort is dan eerder werd aangenomen.” Tot vorig jaar deelt Bauke zijn kennis onder andere als vrijwilliger van de Twentse Welle, nu bekend als de Museum Fabriek.

Zoogdieren

Op de vraag of Bauke een favoriet zoogdier heeft, kan hij geen antwoord geven. “Ze zijn me allemaal even lief. Zo heb ik steenmarters gechipt en hun populatie zien groeien. We hebben er zelf ook één in onze tuin gehad, wat later een verklaring bleek voor de verdwijning van enkele door mij verstopte paaseieren. Ook vleermuizen zijn heel bijzonder. In Borne heb ik ooit een echtscheiding voorkomen. De vrouw dreigde uit angst voor de vleermuizen op zolder het huis niet meer in te gaan. Ik adviseerde de kraamkolonie met rust te laten tot de vleermuizen in de herfst zouden uitvliegen.”

Prepareren

Later blijkt dat ook dode (zoog)dieren bij Bauke in goede handen zijn. “Ik kon een ijsvogel die tegen het raam was gevlogen niet weg doen en dus leerde ik mijzelf prepareren. Mijn leerlingen kregen de instructie verkeersslachtoffers en ruitenbotsers mee te nemen. Zo ontstond er een collectie van honderden, zo niet duizenden vogels en zoogdieren als konijnen, eekhoorns, mollen, muizen en vleermuizen. Via een leerling kreeg ik zelfs het restant van de huid van een otter, door zijn opa gevangen in Ottershaven bij Tilligte. Uit de bijgeleverde gegevens bleek het de laatste otter van Twente te zijn.”

Vogeltuin

Twee jaar geleden heeft Bauke zijn uitgebreide collectie overgedragen aan Naturalis, het nationaal onderzoeksinstituut op het gebied van biodiversiteit, waar hij jarenlang als gastmedewerker actief is geweest. “Het toenemende trillen van handen maakt dat ik niet langer kan prepareren. Ook mijn liefde voor boekbinden heb ik prijs moeten geven, maar gelukkig heb ik mijn tuin nog. Met het vele groen, de heggen en nestkastjes is het een heerlijke vogeltuin. Alle dieren zijn hier welkom en nooit zal een muis, vlieg of ander insect door mijn schuld het leven laten.”

Boerenland

Ook geniet Bauke nog altijd met volle teugen van het landschap. “Met de vele mooie landgoederen, uiterwaarden langs de IJssel en glooiingen in Twente is het Overijsselse landschap heel gevarieerd. Helaas is ons boerenland een arm land geworden. Kijk naar de onkruidbestrijding. Ik begrijp dat boeren van het land moeten leven en mijn ideeën zijn echt geen hallelujah, maar samen moeten wij toch tot een oplossing voor ons landschap kunnen komen?!”