Groene energie en het landschap

De positie van Landschap Overijssel in de energietransitie

gele ganzenbloemen en groen zonnepark - Jonny Lawson

De ontwikkelingen op het gebied van duurzame energie gaan snel. Er komen steeds meer initiatieven in de gehele samenleving voor de ontwikkeling van mogelijkheden om wind- en zonne-energie te gebruiken. Om wind- en zonne-energie te gebruiken, is enorme impact op het landschap onvermijdelijk. Daarnaast is natuurlijk met het verminderen van het gebruik van met name fossiele brandstoffen grote winst te behalen. We staan aan de vooravond van een ongekende transitie in het landschap, terwijl het landschap reeds onder druk staat.

Regelmatig worden wij benaderd voor advisering over de inpassing van duurzame energie in relatie tot het landschap. Het gaat hierbij vaak om advies over het tegenhouden van initiatieven, maar ook advisering over de inpassing van duurzame energie in het landschap. Deze woordvoeringslijn geeft duidelijkheid in onze positie en rol ten opzichte van de ontwikkeling van duurzame energieopwekking in het landschap. Wat kun je van ons verwachten en hoe kijken wij aan tegen deze ontwikkeling?

We gaan in op de volgende vijf thema’s :

  1. Vertrekpunt: de urgentie en impact van de energietransitie
  2. De rol van Landschap Overijssel bij initiatieven van derden
  3. Belangenbehartiging en visievorming
  4. Landschap Overijssel als ontwikkelaar van duurzame energie
  5. Duurzaamheid binnen Landschap Overijssel

1. Vertrekpunt: de urgentie en impact van de energietransitie

De energieopgave om van fossiele brandstoffen over te gaan naar duurzame energiebronnen is voor de wereld, voor Nederland, maar ook voor Overijssel enorm en wind- en zonne-energie zijn een essentieel onderdeel van de energietransitie. Zonder deze vormen van duurzame energie kan Nederland nooit overschakelen op 100% duurzame energie of de Europese doelstelling van 14% duurzame energie in 2020 realiseren.

Kijkend naar de opgave voor Overijssel wordt op dit moment ongeveer 10% van de energiebehoefte op duurzame wijze opgewekt. De energiedoelstelling van de provincie Overijssel is om in 2023 20% van de totale energievraag op duurzame wijze op te wekken waarbij we ook de opgave hebben om 6% minder energie te gebruiken dan in 1990. Een indicatie van de ruimtelijke impact om van 10% naar 20% duurzame opwekking te komen is weergegeven in onderstaande afbeelding.

Bron: Masterclass Natuur en Milieu Overijssel

Wij onderschrijven de noodzaak van de energietransitie en zien grote urgentie in het doordacht vormgeven van de energietransitie in Overijssel. Samen met de biodiversiteitscrisis, is klimaatverandering de grootste bedreiging voor het landschap. Ons vertrekpunt bij de energietransitie bestaat uit drie sporen: 1) besparen, 2) gebruiken en inpassen van natuurlijke hulpbronnen in het landschap, 3) landschapsversterking bij energieprojecten in het landelijk gebied.

1. Besparen
Het meest effectief is het verkleinen van ons energieverbruik. De impact op het landschap kan aanzienlijk verminderd worden door maximaal in te zetten op energiebesparing. Voor elke één Petajoule die wordt bespaard, hoeven er drie Petajoule minder te worden opgewekt. Dat heeft te maken met de grote verliezen die optreden bij de productie, het transport en de omzetting van fossiele brandstoffen naar energie, het gebruik. Besparen is dus enorm lonend! (bron: CvR).

2. Gebruiken en inpassen van natuurlijke hulpbronnen in het landschap
Naast energiebesparing pleiten wij voor het stimuleren van kleinschalige opwekking van duurzame energie voor lokaal gebruik. Aan de hand van de “zonneladder” moet maximaal worden ingezet op locaties met weinig tot geen effecten op het landschap. Hieronder valt energie op daken (woningen, bedrijven, scholen, stallen etc.) maar ook parkeerterreinen of geluidsschermen.

Volgens berekeningen van Natuur&Milieu kan Nederland tot wel 40% van zijn elektriciteit van zonnepalen op daken halen. Zonnepanelen op daken en langs infrastructuur hebben daarom grote voorkeur boven zonnepanelen in het landschap.

Zonneladder

3. Landschapsversterking bij energieprojecten in het landelijk gebied
De opgave die overblijft is nog steeds enorm. We beseffen daarom dat de energietransitie een ruimtelijke impact heeft op het Overijsselse landschap en dat het landschap hierdoor ingrijpend zal veranderen.

Op dit moment staat de kwaliteit van het landschap en staan de hoeveelheid landschapselementen meer onder druk door de intensivering vanuit de landbouw, maar ook vanwege stads- en dorpsuitbreidingen. Het landschap kan en mag daarom niet ook de rekening betalen van de energietransitie.

"Welke parasol bindt fijnstof, dempt het stadslawaai, houdt regenwater in de bodem vast, zuivert de lucht en slaat CO2 op? Juist, een boom. Als we de klimaatverandering en haar effecten willen beperken, laten we dan goed naar de natuur kijken – het kan heel simpel zijn." - Lodewijk Hoekstra, NRC 2 aug 2018

Het landschap kan wel een aanzienlijke bijdrage aan een oplossing leveren voor deze maatschappelijke opgave. Voor ons is het belangrijk dat we tegelijkertijd investeren in het landschap, zodat het de robuuste en duurzame bijdrage ook in de toekomst kan blijven leveren en mens, plant en dier in het landschap kunnen blijven leven en het beleven. We willen daarom dat deze energietransitie dusdanig wordt vormgegeven dat het altijd een substantiële bijdrage levert aan de kwaliteit van het landschap. Met de juiste randvoorwaarden wordt de energietransitie juist een kans voor behoud en ontwikkeling van het landschap.

Onze stelling is daarom: initiatieven met betrekking tot duurzame energie moeten passend zijn bij de draagkracht van het landschap en moeten altijd gekoppeld zijn aan substantiële landschapsversterking. Hierdoor snijdt het mes aan 2 kanten: enerzijds maken we ruimte voor opwekking van duurzame energie. Anderzijds zorgen landschapselementen voor het remmen van de klimaatverandering en het vergroten van lokaal draagvlak.

2. De rol van Landschap Overijssel bij initiatieven

Geregeld krijgen we te maken met initiatieven die rechtsreeks de belangen van Landschap Overijssel raken. Dit is tot op heden aan de orde geweest bij windpark ’t Lochter (Nijverdal), het Aamsveen (Enschede) en een zonnepark in Lenthe. Daarnaast worden we veelvuldig benaderd door organisaties en particulieren over ons standpunt ten aanzien van concrete initiatieven in relatie tot duurzame energie.

Voor het toetsen van initiatieven hanteren we de volgende vijf algemene basisvoorwaarden waar ieder project in het landelijk gebied aan moet voldoen:

  1. Bij windenergie heeft clustering van windenergie met infrastructuur de voorkeur (langs snelwegen, spoor, kanalen, hoogspanningsmasten). Bij zonne-energie attenderen wiuj op de “zonneladder”. Grootschalige zonneparken (>5ha) zijn niet wenselijk in kleinschalige landschappen. De maat van de parken moet passend zijn bij het landschapstype.
  2. Wij zijn kritisch op het plaatsen van duurzame energiebronnen in of nabij natuurgebieden. De impact is groot en op dit moment zijn er nog veel onzekerheden over de effecten. Het vraagt om een integrale benadering.
  3. Substantiële langjarige landschapsversterking is een vereiste ter compensatie van de landschappelijke impact van duurzame energie-opwekking en als bijdrage voor het remmen van klimaatverandering. Dat kan door aanleg en beheer van landschapselementen. Compensatie dient te zijn uitgevoerd voorafgaand aan de ingebruikneming van het wind- of zonnepark.
    Windenergie:
    - Grote windmolen: per windmolen minimaal 10ha landschapsherstel passend bij het landschappelijk karakter van de streek. Bij deze berekening is gebruik gemaakt van de gedragscode van de NWEA.
    - Kleine windmolen (<15m masthoogte): een relatief kleine windmolen is eenvoudiger in te passen in het bestaande landschap. Wij achten een compensatieopgave van 500m2 landschapsherstel of -ontwikkeling per windmolen reëel
  4. Langjarige juridische borging van behoud en beheer van de compensatiemaatregelen in bestemmingsplan met bijbehorende handhaving.
  5. (Echte) maatschappelijke participatie is een vereiste. De streek moet zich letterlijk verbinden aan het initiatief en kunnen meeprofiteren door middel van maatschappelijke baten die de leefbaarheid van het landelijk gebied bevorderen.

3. Belangenbehartiging en visievorming

Op provinciaal niveau wordt gewerkt aan de regionale energiestrategieën (RES’en) voor West Overijssel en Twente. In de huidige situatie hebben gemeenten een leidende rol in het begeleiden van de energietransitie. Sommige gemeentes stellen individuele doelen, andere gemeenten pakken dit gezamenlijk op.

We zien dat de belangen van het landschap enerzijds en de snelheid van de energietransitie anderzijds spanning oplevert binnen gemeentebesturen, tussen inwoners en belangengroepen. Landschap Overijssel kan een rol vervullen in de advisering van provincie en gemeenten hoe ruimtelijk met het energievraagstuk om te gaan, zodat duurzame energie juist de economische motor achter landschapsherstel en -ontwikkeling kan worden.

In de belangenbehartiging hebben wij een pro-actieve houding om gaandeweg de energietransitie het Overijsselse landschap te beschermen en te ontwikkelen. Concreet zetten we in de belangenbehartiging in op twee thema’s:

  1. Bijdragen aan de ontwikkeling van de RES’en waarbij onze inzet is om de randvoorwaarden zoals hierboven beschreven te implementeren in de RES’en en provinciaal en gemeentelijk beleid. Goede voorbeelden adopteren en laten zien.
  2. Regiefunctie van de provincie stimuleren en stimuleren dat gemeenten een actieve en risicodragende rol vervullen in de energietransitie. Het is een maatschappelijke opgave terwijl in de huidige situatie de winst te vaak wegvloeit naar niet lokale aandeelhouders. De winst moet in het gebied blijven en hierin kan de overheid een cruciale rol vervullen.

4. Landschap Overijssel als ontwikkelaar van duurzame energie

Naast het adviseren van overheden wil Landschap Overijssel waar mogelijk zelf de regie nemen met betrekking tot het opwekken van duurzame energie. Hierbij gaan we uit van de vertrekpunten zoals beschreven in paragraaf 1. Eerst zoeken naar mogelijkheden tot besparing. Daarna maximaal inzetten op locaties met weinig tot geen effecten op het landschap. Wanneer zich een geschikte (pilot) situatie in het landelijk gebied voordoet, overwegen we een deelname hierin serieus. Duurzame energie is een potentiele financieringsbron voor het creëren van nieuwe natuur en kleinschalige voedsellandschappen. Dit biedt mogelijkheden om;

  • A) Bij te dragen aan de maatschappelijke opgave rondom klimaat.
  • B) Een verdienmodel te creëren voor grootschalig landschapsherstel in Overijssel.
  • C) Voor te sorteren op de realisatie van robuuste verbindingszones.
  • D) Een sterke relatie aan te gaan met onze omgeving middels bijvoorbeeld Gebiedscoöperatie.
  • E) Een verdienmodel te creëren voor onze algemene doelen en werkzaamheden.

5. Duurzaamheid binnen Landschap Overijssel

Naast onze rol in het landschap, zien wij ook kansen om binnen onze organisatie stappen te zetten die bijdragen aan de inpassing van duurzame energie. Op dit moment werken we aan een uitvoeringsplan om onze bedrijfsvoering te verduurzamen. Zo beginnen we met de verduurzaming van onze kantoorverlichting en bewustwording creëren over zelfbesparing in de organisatie. De vervolgstap is om te kijken of we laadpalen kunnen plaatsen voor elektrische auto’s en de aanschaf van duurzame voertuigen en gereedschap. Ook is ons doel om uiteindelijk zelf energie op te wekken en daarmee tot een energie neutrale bedrijfsvoering te komen.