Mander: bronnen en grafheuvels

Noord Twente

Wandelen
11 km

Een prachtige wandeling vol historie, van grafheuvels en grenspalen tot 'kommiezenhut'. Overweldigend mooie natuur met bronnen, beken en heide.

Toegankelijkheid

Deels onverharde paden.

Startpunt

Startpunt: bezoekerscentrum IJs en Es, Bergweg 8, Mander. Parkeergelegenheid (gratis) aanwezig.

Highlights op deze route:

  • Startpunt

  • 1

    Dal van de Mosbeek

    Dal van de Mosbeek

    Bezoekerscentrum Dal van de Mosbeek bestaat uit de Watermolens Bels en Frans en Infocentrum IJs & Es. In IJs & Es wordt op beeldende wijze het verhaal van de ontstaansgeschiedenis van het Dal van de Mosbeek verteld. Vanaf dit punt starten ook verschillende wandelingen.

    Kracht van het ijs

    Na de IJstijd stuwde het ijs de grondlagen in Twente met enorme kracht voor zich uit. De vorm van dit gebouw beeld de kracht van het ijs uit. Binnen vind je informatie over het ontstaan en de vroege bewoning van dit deel van Twente, een gebied waar veel prehistorische vondsten zijn gedaan.

    Draaidagen molens

    Elke zondag laten molenaars zien hoe de Watermolens van Bels en Frans draaien en beantwoorden al je vragen over hetmaal proces. Loop via het molenpaadje naar Watermolen Frans en bekijk de exposities over de papier- en graangeschiedenis van de molen! Kinderen kunnen hier zelf een handje graan malen.

    Openingstijden Molen van Bels
  • 2

    Watermolen Bels

    Watermolen Bels

    Watermolen Bels is een van de drie watermolens die vroeger langs de Mosbeek stonden. Tegenwoordig kun je hier lekker eten (oa pannenkoeken) en drinken in het restaurant. Bij mooi weer genieten van het terras aan de molenkolk.

    Papier

    In 1725 is de watermolen, een zogenaamde bovenslagmolen, op de Mosbeek gebouwd. Oorspronkelijk was het een papiermolen. Oude lompen werden er fijngestampt in bakken water. Vijf hamers sloegen op de in water gedrenkte lompen.

    Droogzolder

    Het vieze water werd afgevoerd en schoon water werd in de bakken gelaten. Zodra de stof schoon was, werd de watertoevoer gestopt en de witte vezelpap tot papier verwerkt. De papieren vellen werden gedroogd op de droogzolder. Vanaf midden 19e eeuw bracht papier niet meer voldoende op.

    Cichorei

    Op datzelfde moment kwam de import van koffie stil te liggen door handelsoorlogen; echte koffie was nauwelijks verkrijgbaar en duur. De cichorei werd ontdekt en dit alternatief werd ook in Twente gebruikt. Aan de rechteroever van de Mosbeek werd een nieuwe molen gebouwd, om cichorei te malen.

    Graan

    In 1860 werd de papiermolen opgeheven en een korenmolen gebouwd. Nog altijd kunt u op de derde zondag van de maand met eigen ogen zien hoe de molen werkt, tijdens de maalzondag.

  • 3

    Watermolen Frans

    Watermolen Frans

    In 1711 is de Watermolen Frans gebouwd als papiermolen. De onderslagmolen klopte (of sloeg) met hamers tot 1870 lompen en linnen tot pulp. Van de vezelpap werd papier gemaakt. Met de hand werden vellen papier geschept en op de droogzolder gedroogd.

    Opa Frans

    In 1870 werd de molen verkocht aan boer Bernard Frans, ook wel opa Frans genoemd, die er de eerste honderd jaar geen papier meer mocht maken. Hij verbouwde de molen tot korenmolen. Om het rendement van de molen te vergroten werd de molen tot bovenslagmolen verbouwd en is de molenkolk aangelegd.

    Bakker

    In 1911 werd de molen uitgebreid met een bakkerij. De kleinzoon van Opa, Gerrit Frans, buitte de aandrijvende kracht van de molen ten volle uit. Hij liet er een slijpsteen, een cirkelzaag, een gierpomp, een jakobsladder, een dorsmachine, een deegmachine en de wasmachine van zijn vrouw op draaien.

    Automatische wiegenschudder

    Hoewel het een prachtig verhaal is, liet hij er de wieg van zijn kind niet op schommelen, vertelt zijn schoondochter. Gerrit zei ooit dat ook dit te realiseren was en dat praatje is blijven hangen. Gerrit kon het onderhoud niet meer aan en verkocht de molen in 1962 aan Landschap Overijssel.

    Oogstdag

    De molen is gerestaureerd en elke zondag van de maand zijn er maaldemonstraties. Regelmatig vinden er leuke activiteiten voor jong en oud bij de molen plaats zoals in de zomer de oogstdag, waar je van dichtbij mee kan maken hoe de rogge geoogst, gedorst en gemalen wordt. Een gezellig feest!

  • 4

    Reuterij

    Reuterij

    Dit brongebiedje, de reuterij, was vroeger in gebruik bij de reut'nboer. Op de reuterij legde hij bundels geoogst vlas in het bronwater in de week, waardoor het kon roten of reuten: vlasstengels werden blootgesteld aan water zodat de vezels vrijkomen waar linnen van wordt gemaakt.

    Smoddeboer

    Daarna kon het vlas worden gebraakt, gewreven en gehekeld. De hekel is een kam die houtachtige resten verwijdert. Als het vlas tot grof linnen was geweven, moest dat nog 'smod' worden gemaakt. De 'smoddeboer' legde de stof in een kuil water onder elzenhout. Daardoor kreeg het een gelige kleur.

    Houtwal

    Links van het weiland is een oude slingerende houtwal met aan de voet een smalle beek die richting de Mosbeek stroomt. Voor veel dieren betekent dit een veilige route. Voor kikkers, padden en salamanders functioneert de houtwal met beek als een goede verblijfplaats vlakbij de voortplantingsvijver.

  • 5

    Bronnen van de Mosbeek

    Brongebied van de Mosbeek

    De Mosbeek wordt gevoed door kwel (water dat opborrelt uit de bodem) vanuit de stuwwal. De beek begint vanuit twee bronnen. Bioloog Victor Westhoff attendeerde het bestuur van Het Overijsselsch Landschap in 1944 op een prachtige orchideeënweide, die werd aangekocht.

    Betoverende planten

    70 jaar lang werd deze weide zorgvuldig beheerd met resultaat: hier tref je o.a. het bijzondere vetblad, vijf soorten orchideeën en de betoverend mooie parnassia.

  • 6

    Grenspaal

    Grenspaal

    Je staat hier op de grens tussen N (Nederland) en H. Die H staat voor het koninkrijk Hannover, dat hier lag tussen 1815 en 1866. In die jaren was Duitsland een land van verschillende koninkrijken.

    Palen plaatsen

    In 1824 tekenden het koninkrijk Hannover en Nederland een grensverdrag. Langs de grens zijn toen vele grenspalen geplaatst.

    Groenbewijs

    Om smokkelaars tegen te gaan, kapte men langs de grens veel bomen en maakte men er een groenstrook. Wilde je de grens over, dan moest je een groenbewijs halen. Een soort paspoort.

  • 7

    Kommiezenhut

    Smokkelaars

    Deze plaggenhut werd in WOll gebruikt door de douane. In deze omgeving werd namelijk nogal veel gesmokkeld. In een café in de buurt konden de smokkelaars aan de stand van de gordijnen zien of het smokkeltijd was. Kommiezen waren een soort douanebeambten.

  • 8

    Galgenberg

    Galgenberg

    Dit is het hoogste punt van het gebied: 70 meter boven NAP. Ook is dit een aardkundig monument: tot begin 1800 werden hier op het hoogste punt, dus goed zichtbaar voor iedereen en als afschrikwekkend voorbeeld, de veroordeelden opgehangen aan de galg.

  • 9

    Grafheuvels

    Grafheuvels aan de grens

    Aan de Duitse grens ligt een klein maar bijzonder terrein met een schat aan historie. Wel eens een grafheuvel gezien uit de jonge Steentijd (4400 tot 1700 vChr)? Grafheuvels zijn de oudste sporen van menselijke bewoning in het Overijsselse landschap.

    Op stuwwallen

    De heuvels zijn 0,5 tot 2 meter hoog en hebben een doorsnee van 8 tot 10 meter. Tientallen grafheuvels zijn bewaard gebleven, vooral langs de rivier de Vecht en op de stuwwallen van Overijssel.

    Eerste landbouwers

    De heuvels zijn een tastbare herinnering aan de eerste landbouwers die zich hier vanaf 5000 vChr vestigden. Zij maakten de overgang van een leven als jager-verzamelaar naar dat van landbouwer. Hun begraafplaatsen getuigen van deze overgang. Hiernaast ligt een urnengrafveld uit de IJzertijd.

    Urnenvelden

    In de Late Bronstijd/Vroege IJzertijd (1200-500 vChr) maakten de individuele grafheuvels plaats voor collectieve urnenvelden. De doden werden niet langer begraven maar op brandstapels gecremeerd. De urnen met as werden op dodenakkers bijgezet. Lage heuveltjes met een greppel markeerden de graven.

    Bevolking

    Overijssel telde in deze periode waarschijnlijk niet meer dan 2000 inwoners. De urnenvelden waren onopvallende in het landschap; boeren stuitten bij het ploegen regelmatig op de dodenakkers.

    Recent onderzoek

    Pas de laatste decennia is systematisch archeologisch onderzoek verricht naar deze grafvelden en de bijbehorende nederzettingen. De velden zijn soms langs belangrijke doorgangswegen aangelegd. Ze lijken daarmee ook gefungeerd te hebben als markering van het eigen territorium van de boerenbevolking.

  • 10

    Hunebed van Mander

    Hunebed

    Hier is het meest zuidelijke hunebed van Nederland gevonden. Een hunebed is een prehistorische grafkamer, gebouwd van zwerfkeien die in de IJstijd zijn meegevoerd naar Oost-Nederland. De enorme keien werden op hun plek gezet door boomstammen neer te leggen en daar keien overheen te rollen.

    Keien verdwenen

    De keien (van wel 20.000 kg!) waren helaas al verdwenen toen men in jaren ’50 van de vorige eeuw het graf opgroef. Het hunebed was 13 bij 2,5 meter. O.a. pijlen, speerpunten, bijlen en urnen zijn gevonden bij dit grafmonument.

  • 11

    Man van Mander

    Man van Mander

    In een van de grafheuvels van Mander is tijdens opgravingen in 1958 de 'Man van Mander’ gevonden; een lijksilhouet, wat betekent dat bijna alle botresten zijn verdwenen en alleen nog een schaduw van het lichaam waarneembaar is.

    Zonder voeten

    De 'Man van Mander' leefde zo'n 4000 jaar gelden, in de bronstijd. Bij deze man ontbraken de voeten. Men denkt dat bij de dode de voeten zijn afgehakt om te voorkomen dat de dode weer opstond en de levenden mee zou nemen naar het dodenrijk.

  • 12

    Vliegend Hert

    Groot

    Het vliegend hert is de grootste in Nederland levende kever. De mannetjes kunnen wel tot 9 cm lang worden. Mannetjes zijn heel herkenbaar aan hun grote geweivormige kaken. Ze gebruiken hun kaken om te rivaliseren met andere mannetjes en om vrouwtjes te imponeren.

    Au!

    De vrouwtjes zien er minder opvallend uit. Ze missen de markante kaken en zijn vaak een stuk kleiner. Maar... de mannetjes bijten hard, maar de vrouwtjes des te harder! Het vliegend hert is het meest actief tussen eind juni en midden augustus.

    Eikenhakhout

    De larven van het vliegend hert leven van dood (eiken)hout dat is aangetast door schimmels. De volwassen dieren drinken het wondvocht van eikenbomen. Je hebt dan ook de grootste kans ze te vinden langs de randen van oude loofbossen op stuwwallen met oude eiken en dood, rottend (eiken)hout.

    Houtwallen

    Het vliegend hert is ook te vinden in houtwallen, lanen, bosranden, holle wegen en zelfs in solitaire bomen. Broedplaatsen bevinden zich in halfopen landschappen zoals bosranden of houtwallen, zodat de temperatuur hoog genoeg is voor de larven om te ontwikkelen.

  • 13

    Het landschap steunen?

    Landschap Overijssel

    Je bent op deze route te gast op terrein van Landschap Overijssel. Landschap Overijssel beschermt, beheert en ontwikkelt natuur & landschap met kwaliteit voor mens, plant en dier zodat het er goed leven is.

    Help mee!

    Help mee bij de bescherming en ontwikkeling van het landschap in Overijssel en het onderhoud van wandel- en fietsroutes, zodat je kunt blijven genieten van dit mooie, afwisselende Twentse landschap!

    sms & doneer eur 2,50

    Klik op de doneerknop en je steunt het landschap met eur 2,50. Het bedrag wordt eenmalig afgeschreven via je telefoonrekening. Alvast hartelijk dank voor de steun!

Colofon: Route gemaakt door Landschap Overijssel.
Deel deze pagina