Mander: bronnen en grafheuvels

Noord Twente

Wandelen
11 km

Een prachtige wandeling vol historie, van grafheuvels en grenspalen tot 'kommiezenhut'. Overweldigend mooie natuur met bronnetjes, houtwallen en heide.

Toegankelijkheid

Deels onverharde paden.

Startpunt

Startpunt: bezoekerscentrum IJs en Es, Bergweg 8, Mander. Parkeergelegenheid aanwezig.

Highlights op deze route:

  • 1

    Dal van de Mosbeek

    Bezoekerscentrum

    Welkom in het Dal van de Mosbeek! Neem een kijkje in het (onbemande) bezoekerscentrum 'IJs en Es' van Landschap Overijssel. Hier wordt op beeldende wijze het verhaal van de ontstaansgeschiedenis van het Dal van de Mosbeek verteld. 

Vanaf dit punt starten ook verschillende wandelingen.

    Kracht van het ijs

    Na de IJstijd stuwde het ijs de grondlagen in Twente met enorme kracht voor zich uit. De vorm van dit gebouw beeld de kracht van het ijs uit. Binnen vind je informatie over het ontstaan en de vroege bewoning van dit deel van Twente, een gebied waar veel prehistorische vondsten zijn gedaan.

    18 okt: Vlinderpunten fietsdag

    De molenaars laten zien hoe de Molen van Belsen draait en beantwoorden al je vragen over het maalproces tussen 13.00 en 17.00 uur. Of loop via het mooie Molenpad naar de Molen van Frans en kijk binnen hoe alles werkt.

  • 2

    Molen van Bels

    De watermolen van Bels

    De watermolen van Bels is een van de drie watermolens die vroeger langs de Mosbeek stonden. Tegenwoordig kun je hier lekker eten (oa pannenkoeken) en drinken in het restaurant. Bij mooi weer genieten van het terras aan de molenkolk. In een bijgebouw kunt u een tentoonstelling over Overijsselse molens bekijken.

    Papier

    In 1725 is de watermolen, een zogenaamde bovenslagmolen op de Mosbeek gebouwd. Oorspronkelijk was het een papiermolen. Oude lompen werden er fijngestampt in bakken water. Vijf hamers sloegen op de in water gedrenkte lompen. Het vieze water werd afgevoerd, en schoon water werd in de bakken gelaten. Zodra de stof schoon was, werd de watertoevoer gestopt en werd de witte vezelpap tot papier verwerkt. De papierenvellen werden gedroogd op de droogzolder.

    Cichorei

    Vanaf het midden van de 19e eeuw bracht het papier niet meer voldoende geld op. Handelsoorlogen en -embargo's zorgden ervoor dat de import van koffie stil kwam te liggen, echte koffie was nauwelijks verkrijgbaar en hartstikke duur. De Duitse arts Werlhoff had echter cichorei als koffiesurrogaat ontdekt en van deze oplossing werd ook in Twente veelvuldig gebruik gemaakt. Aan de rechteroever van de Mosbeek werd een nieuw molengebouw gebouwd tegenover de bestaande papiermolen, met het doel om cichorei te malen.

    Graan

    In 1860 werd de papiermolen opgeheven en een korenmolen gebouwd. Nog altijd kunt u op de derde zondag van de maand met eigen ogen zien hoe de molen werkt, tijdens de maalzondag.

  • 3

    Molen van Frans

    De watermolen van Frans

    In 1711 is de watermolen van Frans gebouwd als papiermolen. De onderslagmolen klopte (of sloeg) met hamers tot 1870 lompen en linnen tot pulp. Van de vezelpap werd papier gemaakt. Met de hand werden vellen papier geschept en op de droogzolder gedroogd. 


    Opa Frans

    In 1870 werd de molen verkocht aan boer Bernard Frans, ook wel opa Frans genoemd, die er de eerste honderd jaar geen papier meer mocht maken. Hij verbouwde de molen tot korenmolen. Om het rendement van de molen te vergroten werd de molen tot bovenslagmolen verbouwd en is de molenkolk aangelegd.

    Bakker

    In 1911 werd de molen uitgebreid met een bakkerij. De kleinzoon van Opa, Gerrit Frans, buitte de aandrijvende kracht van de molen ten volle uit. Hij liet er een slijpsteen, een cirkelzaag, een gierpomp, een jakobsladder, een dorsmachine, een deegmachine en de wasmachine van zijn vrouw op draaien.

    Automatische wiegenschudder

    Hoewel het een prachtig verhaal is, liet hij er de wieg van zijn kind niet op schommelen, vertelt zijn schoondochter. Gerrit zei ooit dat ook dit te realiseren was en dat praatje is blijven hangen. Gerrit kon het onderhoud niet meer aan en verkocht de molen in 1962 aan Landschap Overijssel.

    Oogstdag

    De molen is gerestaureerd en elke derde zondag van de maand zijn er maaldemonstraties. Regelmatig vinden er leuke activiteiten voor jong en oud bij de molen plaats zoals in de zomer de oogstdag, waar je van dichtbij mee kan maken hoe de rogge geoogst, gedorst en gemalen wordt. Een gezellig feest!

  • 4

    Reuterij

    Reuterij

    Dit brongebiedje, de reuterij, was vroeger in gebruik bij de reut'nboer. Op de reuterij legde hij bundels geoogst vlas in het bronwater in de week, waardoor het kon roten of reuten: vlasstengels werden blootgesteld aan water zodat de vezels vrijkomen waar linnen van wordt gemaakt.

    Smoddeboer

    Daarna kon het vlas worden gebraakt, gewreven en gehekeld. De hekel is een kam die houtachtige resten verwijdert. Als het vlas tot grof linnen was geweven, moest dat nog 'smod' worden gemaakt. De 'smoddeboer' legde de stof in een kuil water onder elzenhout. Daardoor kreeg het een gelige kleur.

    Houtwal

    Links van het weiland is een oude slingerende houtwal met aan de voet een smalle beek die richting de Mosbeek stroomt. Voor veel dieren betekent dit een veilige route. Voor kikkers, padden en salamanders functioneert de houtwal met beek als een goede verblijfplaats vlakbij de voortplantingsvijver.

  • 5

    Bronnen van de Mosbeek

    Brongebied van de Mosbeek

    De Mosbeek wordt gevoed door kwel (water dat opborrelt uit de bodem) vanuit de stuwwal. De beek begint vanuit twee bronnen. Victor Westhoff, een bekende bioloog, attendeerde het bestuur van Het Overijsselsch Landschap in 1944 op een prachtige orchideeënweide, die ook werd aangekocht.

    Betoverende planten

    Gedurende 70 jaar werd deze weide zorgvuldig beheerd met een schitterend resultaat: hier tref je ondermeer het bijzondere vetblad, vijf soorten orchideeën en de betoverend mooie parnassia aan.

  • 6

    Grenspaal

    Grenspaal

    Je staat hier op de grens tussen N (Nederland) en H. Die H staat voor het koninkrijk Hannover, dat hier lag tussen 1815 en 1866. In die jaren was Duitsland een land van verschillende koninkrijken.

    Palen plaatsen

    In 1824 tekenden het koninkrijk Hannover en Nederland een grensverdrag. Langs de grens zijn toen vele grenspalen geplaatst.

    Groenbewijs

    Om smokkelaars tegen te gaan, kapte men langs de grens veel bomen en maakte men er een groenstrook. Wilde je de grens over, dan moest je een groenbewijs halen. Een soort paspoort.

  • 7

    Kommiezenhut

    Smokkelaars

    Deze plaggenhut werd in WOll gebruikt door de douane. In deze omgeving werd namelijk nogal veel gesmokkeld. In een café in de buurt konden de smokkelaars aan de stand van de gordijnen zien of het smokkeltijd was. Kommiezen waren een soort douanebeambten.

  • 8

    Galgenberg

    Galgenberg

    Dit is het hoogste punt van het gebied: 70 meter boven NAP. Ook is dit een aardkundig monument: tot begin 1800 werden hier op het hoogste punt, goed zichtbaar voor iedereen en als afschrikwekkend voorbeeld, de veroordeelden opgehangen aan de galg.

  • 9

    Grafheuvels

    Grafheuvels aan de grens

    Aan de Duitse grens ligt een klein maar bijzonder terrein met een schat aan historie. Wel eens een grafheuvel gezien uit de jonge Steentijd (4400 tot 1700 vChr)? Grafheuvels zijn de oudste sporen van menselijke bewoning in het Overijsselse landschap.

    Op stuwwallen

    De heuvels zijn 0,5 tot 2 meter hoog en hebben een doorsnee van 8 tot 10 meter. Tientallen grafheuvels zijn bewaard gebleven, vooral langs de rivier de Vecht en op de stuwwallen van Overijssel.

    Eerste landbouwers

    De heuvels zijn een tastbare herinnering aan de eerste landbouwers die zich hier vanaf 5000 vChr vestigden. Zij maakten de overgang van een leven als jager-verzamelaar naar dat van landbouwer. Hun begraafplaatsen getuigen nog altijd van deze overgang. Hiernaast ligt een urnengrafveld uit de IJzertijd.

    Urnenvelden

    In de Late Bronstijd/Vroege IJzertijd (1200-500 vChr) maakten de individuele grafheuvels plaats voor collectieve urnenvelden. De doden werden niet langer begraven maar op brandstapels gecremeerd. De urnen met as werden op dodenakkers bijgezet. Lage heuveltjes met een greppel markeerden de graven.

    Bevolking

    Overijssel telde in deze periode waarschijnlijk niet meer dan 2000 inwoners. De urnenvelden waren onopvallende in het landschap; boeren stuitten bij het ploegen regelmatig op de dodenakkers.

    Recent onderzoek

    Pas de laatste decennia is systematisch archeologisch onderzoek verricht naar deze grafvelden en de bijbehorende nederzettingen. De velden zijn soms langs belangrijke doorgangswegen aangelegd. Ze lijken daarmee ook gefungeerd te hebben als markering van het eigen territorium van de boerenbevolking.

  • 10

    Hunebed van Mander

    Hunebed

    Hier is het meest zuidelijke hunebed van Nederland gevonden. De stenen zijn helaas verdwenen. De stenen waren al weg toen men in de 50er jaren van de vorige eeuw het graf heeft opgegraven. Het graf was 13 bij 5 meter en bevatte een een bijzonder muurtje met grafteksten.

    Voeten

    Pijlen, speerpunten, bijlen, urnen en schedels zijn gevonden bij dit grafmonument. Er is hier zelfs een silhouet van een man uit 1500 vChr gevonden, de Man van Mander. Destijds was men bang dat doden op zouden staan om de levenden mee te nemen naar het dodenrijk. Vandaar dat de voeten van de dode afgehakt werden.

  • 11

    Vliegend Hert

    Groot

    Het vliegend hert is de grootste in Nederland levende kever. De mannetjes kunnen wel tot 9 cm lang worden. Mannetjes zijn heel herkenbaar aan hun grote geweivormige kaken. Ze gebruiken hun kaken om te rivaliseren met andere mannetjes en om vrouwtjes te imponeren.

    Au!

    De vrouwtjes zien er minder opvallend uit. Ze missen de markante kaken en zijn vaak een stuk kleiner. Maar... de mannetjes bijten hard, maar de vrouwtjes des te harder! Het vliegend hert is het meest actief tussen eind juni en midden augustus.

    Eikenhakhout

    De larven van het vliegend hert leven van dood (eiken)hout dat is aangetast door schimmels. De volwassen dieren drinken het wondvocht van eikenbomen. Je hebt dan ook de grootste kans ze te vinden langs de randen van oude loofbossen op stuwwallen met oude eiken en dood, rottend (eiken)hout.

    Houtwallen

    Het vliegend hert is ook te vinden in houtwallen, lanen, bosranden, holle wegen en zelfs in solitaire bomen. Broedplaatsen bevinden zich in halfopen landschappen zoals bosranden of houtwallen, zodat de temperatuur hoog genoeg is voor de larven om te ontwikkelen.

  • 12

    Het landschap steunen?

    Landschap Overijssel

    Je bent op deze route te gast op terrein van Landschap Overijssel. Landschap Overijssel beschermt, beheert en ontwikkelt natuur & landschap met kwaliteit voor mens, plant en dier zodat het er goed leven is.

    Help mee!

    Help mee bij de bescherming en ontwikkeling van het landschap in Overijssel en het onderhoud van wandel- en fietsroutes, zodat je kunt blijven genieten van dit mooie, afwisselende Twentse landschap!

    sms & doneer eur 2,50

    Klik op de doneerknop en je steunt het landschap met eur 2,50. Het bedrag wordt eenmalig afgeschreven via je telefoonrekening. Alvast hartelijk dank voor de steun!

Colofon: Route gemaakt door Landschap Overijssel.
Deel deze pagina