Buitengewoon Bijzonder Lonnekermeer

Gevlekte witsnuitlibel, fotograaf Wim Bakker

Gevlekte witsnuitlibel

De gevlekte witsnuitlibel voelt zich het best thuis in de zogeheten verlandingszone van vegetatierijke vennen in veen-, heide- en duingebieden. Hier leven de larven tussen de waterplanten voordat ze van april tot juni uitsluipen en zich vervolgens weer voortplanten. Bevruchte vrouwtje zetten hun eitjes vliegend af, op het wateroppervlak tussen de vegetatie. De populatie gevlekte witsnuitlibellen in het Lonnekermeer is de grootste van heel Nederland. Tijdens een veldbezoek in mei 2018 is ook de nog kwetsbaardere sierlijke witsnuitlibel waargenomen. Witsnuiten voelen zich duidelijk thuis in het Lonnekermeer!

Hooi, fotograaf Dook van Gils

Hooimaten

Hooimaten - of hooijlandjes zoals ze vroeger werden genoemd – zijn stukjes land waar kalkrijk kwelwater omhoog komt. In de middeleeuwen isoleerden boeren deze vloeiweiden door er walletjes omheen aan te leggen. Met sloten en schotten hielden ze het water en het vruchtbare slib in het gebied. Anno nu zijn deze heischrale graslanden en blauwgraslanden bonte verzamelplekken van allerlei bijzondere planten zoals de rietorchis, blauwe knoop en blonde zegge. De hooimaten in het Lonnekermeer zijn door hun kwetsbare begroeiing niet toegankelijk.

Struikhei, fotograaf Loekie van Tweel

Droge en natte heide

De heide in het Lonnekermeer is net als alle andere heidegebieden in Nederland een door mensen ontstaan landschap. Hij bestaat uit struikhei (natte heide) en dophei (droge heide), afgewisseld met brem en op plekken waar eerst bos stond: wilgenstruwelen, wilde kamperfoelie en ‘plukjes’ bomen. De heikikker, de grote weerschijnvlinder en ook andere zeldzame dagvlinders wonen er graag, net als veel andere insecten.