Rivierenlandschap

Rivierenlandschap - Studio Pothoff

Het natuurlijke landschap

De huidige rivierlopen van de Vecht en de IJssel zijn geologisch gezien pas recentelijk ontstaan. Toch ligt de oorsprong van hun natuurlijke landschap veel verder terug, namelijk in de voorlaatste ijstijd (200.000- 125.000 jaar geleden). De IJssel stroomt door een glaciaal tongbekken (van waaruit de Veluwe werd opgestuwd). De Vecht maakt gebruik van een smeltwaterdal dat uitsleep aan de voet van het landijs. De Vecht ging uiteindelijk door het zuidelijke deel van dit oerstroomdal stromen, de Reest door het noorden. In de laatste ijstijd werden in beide laagtes door de wind zand uit de drooggevallen beddingen verplaatst en tot rivierduinen opgestoven. De Vecht moet ongeveer 7.000 jaar geleden min of meer zijn huidige vorm hebben gekregen. De IJssel werd pas 1.500 jaar geleden aangetakt op de Rijn. Beide rivieren hebben lage zanderige ruggen langs de bedding: de oeverwallen. Ontstaan doordat bij overstromingen de zwaardere zandkorrels als eerste bezinken en ophopen langs de rivier. Soms wel tot een kilometer breed. De fijnere komklei bezonk verder van de rivier waar de stroomsnelheid verminderde of tot stilstand kwam.

Prehistorische bewoning

Op de toppen van oude rivierduinen langs de IJssel bevinden zich hier en daar kampplaatsen van jagers-verzamelaars uit de midden- en het begin van de late steentijd (12.000-10.000 v.Chr.). De oudste sporen van menselijke aanwezigheid langs de Vecht dateren uit de middensteentijd (8800-4900 v.Chr.). Een bekende vindplaats uit deze periode is Mariënberg. Hier zijn ook enkele zeer zeldzame graven ontdekt. Langs de IJssel zijn mogelijk vanaf de nieuwe steentijd (de periode waarin de landbouw werd geïntroduceerd) en zeker vanaf de midden bronstijd (omstreeks 1500 v.Chr.) de hoge gronden continu bewoond. Op dergelijke locaties bij bijvoorbeeld Herxen, Leesten en mogelijk Wijhe hebben zich voorchristelijke cultusplaatsen bevonden. Langs de Vecht zijn resten van woonplaatsen uit de ijzertijd (800- 0 v.Chr.) en Romeinse tijd (0-400 n.Chr.) talrijk. Ook in de IJsselvallei zijn uit de Romeinse tijd en vroege middeleeuwen veel nederzettingen bekend. Nadat de IJssel in de vroege middeleeuwen een zijtak van de Rijn werd en meer water ging afvoeren, zijn grote delen van het dekzandlandschap langs de rivier onder rivierklei verdwenen.

Ontginning vanaf de Middeleeuwen

In de 8ste en 9de eeuw nam de bevolking in de IJsselvallei toe. Nederzettingen en akkers kregen een vaste plaats. De plekken die werden uitgekozen om te wonen, lagen zonder uitzondering hoog en droog. In de late middeleeuwen begon men met het bouwen van dijken en het ontginnen van de lagere delen. Die laaggelegen gronden waren aanvankelijk te drassig om intensief te gebruiken, maar werden ontwaterd met sloten en weteringen. Op de hogere rivierduinen en oeverwallen lagen de akkers en de boerderijen, de lagere terreindelen werden gebruikt als weiland of hooiland. Langs de Vecht ontstond vanaf de 10de en 11de eeuw een landschap dat alle kenmerken van een essen- en kampenlandschap heeft: onregelmatig geperceleerde matenlanden pal aan de rivier, zoals het Junner Koeland. Iets verder van de rivier af ontstonden op de rivierduinen escomplexen, terwijl de buitenste rand aan weerszijden van de rivier de voormalige, gemeenschappelijk gebruikte woeste gronden van de marken waren. In de loop van de tijd nam de druk op de heidegronden zodanig toe, dat deze gingen verstuiven.

Ontwikkeling vanaf de Nieuwe Tijd

De IJssel was een belangrijke schakel in de verdediging van ons land. In de 17de eeuw werd de rivier onderdeel van de eerste IJssellinie. In de Koude Oorlog werd de IJssellinie nieuw leven ingeblazen. Bij de Vecht werd de bevaarbaarheid geoptimaliseerd. Tussen 1897 en 1912 werden 69 bochten afgesneden, waarmee de lengte van de rivier ongeveer werd gehalveerd. De samenvloeiing met de Regge werd begin deze eeuw een kilometer naar het oosten verlegd. De zandverstuivingen langs de Vecht konden pas vanaf 1900 door middel van bebossing worden vastgelegd.

streekeigen landschap

Voorbeeldgebieden van onze oerlandschappen

Om je kennis te laten maken met de verschillende landschappen in de provincie zijn goed geconserveerde voorbeelden bij de cultuurlandschappen gezocht. Met deze voorbeelden proberen we je enthousiast te maken om de landschappen te behouden. Onze stagiair Niek Oosterbaan heeft deze prachtige collectie samen met fotograaf Nico Kloek in beeld gebracht in een storymap waar we je graag doorheen laten bladeren. Na 11 maart zullen we je laten weten of dit definitief de gebieden zijn die we als voorbeeldgebied voor de 7 oerlandschappen en de dertig cultuurlandschappen zullen dienen.

Bekijk alle voorbeeldgebieden in Overijssel

De verhalen van het landschap

Juist door de geschiedenis van het landschap te vertellen kun je het hedendaagse landschap begrijpen. In het verhalenproject hebben we deze verhalen opgehaald. De verhalen die je hier kunt lezen, zijn opgehaald door vele vrijwilligers. Zij vertellen aan de hand van de verhalen van de mensen die zij geïnterviewd hebben hoe de ontwikkeling van het landschap was. De manier waarop mensen zijn vervlochten met hun landschap waarin zij leven en leefden geeft betekenis aan de streek.

Lees de verhalen van het landschap

Steun onze Regge actie!

Met de aanleg van kruidige kernen stimuleren we de biodiversiteit in het Reggedal én wordt het gebied door alle kleurrijke bloemen een lust voor het oog.