Stuwwallandschap

Stuwwallandschap - Wim van Dam

Het natuurlijke landschap

Stuwwallen zijn de oudste landschappelijke relicten die te vinden zijn in Overijssel. Ze stammen uit de voorlaatste ijstijd (200.000- 125.000 jaar geleden). Noord-Nederland was vanuit Scandinavië bedekt met een enkele honderden meters dikke ijskap en aan de randen van die ijskap werden lokaal aardlagen opgestuwd; de stuwwal. De zand-, grind-, en kleilagen uit de oorspronkelijke bodem kwamen door dat proces scheef naast elkaar te liggen. Hierdoor komt het voor dat binnen een stuwwal voedselrijke en voedselarme en waterdoorlatende en ondoorlaatbare lagen elkaar afwisselen. Bovenop de stuwwallen liggen smeltwaterdalen, ontstaan na het smelten van het landijs. Onder het landijs is keileem afgezet, een mengsel van leem en (vermalen) zwerfstenen van enkele meters dik.

Prehistorische bewoning

Door opgravingen in de afgelopen decennia is er meer bekend geworden over de vroegste bewoningsgeschiedenis van het stuwwallandschap. Meestal gaan de sporen van menselijke activiteit terug tot de oude steentijd, waarin groepen nomadische jagers-verzamelaars op de hoge gronden verbleven, waaronder rendierjagers (13.000-10.000 v.Chr.). Sporen van kampementen van jagers-verzamelaars uit de middensteentijd (8800-4900 v.Chr.) zijn plaatselijk ook talrijk. In de jonge steentijd schakelde de mens over op landbouw en vestigde zich op vaste plekken. Stukken bos werden gekapt om akkers aan te leggen. Onder meer bij Markelo, Vasse en Oldenzaal bevonden zich in deze periode nederzettingen. Talrijke ‘urnenvelden’ duiden op behoorlijke bevolkingsaantallen in de periode late bronstijd-midden ijzertijd (1100-500 v.Chr.). Raatakkers, akkers uit de ijzertijd, zijn o.a. bij Vasse nog in het landschap zichtbaar.

Ontginning vanaf de Middeleeuwen

Na de Romeinse tijd liep de bewoning wel terug, maar raakte de regio zeker niet ontvolkt. In de Karolingische tijd (8ste-10de eeuw) werden de flanken van de stuwwallen ontgonnen en ontstonden de huidige dorpen. De akkers lagen op hogere kopjes dicht bij de boerderij in grotere complexen, de essen of enken, De lagere delen werden gebruikt als weiland of hooiland. De onontgonnen gronden bovenop de stuwwal werden gemeenschappelijk gebruikt als heidevelden. Veeteelt leverde mest en stond in dienst van de akkerbouw. Door eeuwenlange bemesting met potstalmest, die vermengd werd met heideplaggen, grasplaggen of bosstrooisel kwamen deze hoger dan de omgeving te liggen. Op gedegradeerde heidevelden ontstonden stuifzanden. In de loop van de middeleeuwen ontstonden de marken of markegenootschappen. Marken werden opgericht om de woeste gronden te beschermen tegen illegale en ongewenste ontginningen. De toen aanwezige boerenbevolking sloeg de handen ineen om nieuwkomers te weren. Elke boer had een waardeel in de marke: een evenredig recht om vee te weiden en heideplaggen te steken op de gemeenschappelijke markegronden (de graslanden, heidevelden, venen en bossen).

Ontwikkeling vanaf de Nieuwe Tijd

Vanaf de zestiende eeuw, en soms al eerder, ontstonden de eerste landgoederen. Dat waren bijvoorbeeld ‘boerenlandgoederen’ die voortkwamen uit eerdere landbouwontginningen of versterkte huizen die hun defensieve functie hadden verloren en als landgoed verder gingen. Nadat in de negentiende eeuw de markegronden, door de komst van het kunstmest, hun functie verloren ontstonden er tevens ‘heideontginningslandgoederen’. Daarbij werden vaak grote oppervlakten naaldbos aangelegd. Heidevelden en stuifzanden die geen particuliere ontginning hadden, werden ontgonnen door bijvoorbeeld Staatsbosbeheer of een gemeente. In de jaren dertig van de twintigste eeuw ging dat meestal met een werkverschaffing gepaard.

Voorbeeldgebieden van onze oerlandschappen

Om je kennis te laten maken met de verschillende landschappen in de provincie zijn goed geconserveerde voorbeelden bij de cultuurlandschappen gezocht. Met deze voorbeelden proberen we je enthousiast te maken om de landschappen te behouden. Onze stagiair Niek Oosterbaan heeft deze prachtige collectie samen met fotograaf Nico Kloek in beeld gebracht in een storymap waar we je graag doorheen laten bladeren. Na 11 maart zullen we je laten weten of dit definitief de gebieden zijn die we als voorbeeldgebied voor de 7 oerlandschappen en de dertig cultuurlandschappen zullen dienen.

Bekijk alle voorbeeldgebieden in Overijssel

De verhalen van het landschap

Juist door de geschiedenis van het landschap te vertellen kun je het hedendaagse landschap begrijpen. In het verhalenproject hebben we deze verhalen opgehaald. De verhalen die je hier kunt lezen, zijn opgehaald door vele vrijwilligers. Zij vertellen aan de hand van de verhalen van de mensen die zij geïnterviewd hebben hoe de ontwikkeling van het landschap was. De manier waarop mensen zijn vervlochten met hun landschap waarin zij leven en leefden geeft betekenis aan de streek.

Lees de verhalen van het landschap

Steun onze Regge actie!

Met de aanleg van kruidige kernen stimuleren we de biodiversiteit in het Reggedal én wordt het gebied door alle kleurrijke bloemen een lust voor het oog.