“Je weet pas wat je mist, als ze er niet is.”

Veldleeuwerik, foto: Jacob van der Weele

Geschreven door: Eibert Jongsma

“Je weet pas wat je mist, als ze er niet is”, zingt De Dijk in één van zijn liedjes. Het gaat natuurlijk over een vrouw, maar hetzelfde geldt voor ons ecosysteem. In mijn jeugd (en echt oud ben ik nou ook weer niet) was de veldleeuwerik al iets zeldzamer dan in mijn vaders jeugd, maar ik kan het geluid van deze vogels me nog goed heugen. Hoog in de lucht op een zonnige zomerse dag die kenmerkende zang. Voor de meeste jongeren van nu is het geluid van de veldleeuwerik in Nederland een echte rariteit geworden. Ik mag dan nog mooie herinneringen hebben aan het geluid, jongeren weten waarschijnlijk niet dat ze de veldleeuwerik missen, de mooie herinneringen hebben ze in elk geval niet.

De nieuwe situatie zonder veldleeuwerik is voor de jongeren van nu normaal. Dit is wat ecologen het 'shifting baselines-syndroom' noemen: we vergeten wat verdwenen is en beleven de nieuwe, verarmde situatie als normaal. Het is niet te hopen dat de volgende generatie het zonder de geelgors moet doen.

Gelukkig zien we de laatste tijd groeiende aandacht voor het rap verdwijnen van biodiversiteit. Het is niet iets wat alleen door ecologen, natuur- en milieuclubs wordt gezegd. In het verkiezingsprogramma van RTV Oost hebben inwoners van Overijssel bijvoorbeeld aangegeven dat ze graag willen dat iets wordt gedaan aan de teloorgang van de natuur en vooral de weilanden die er uitzien als biljartlakens en waar alle (bodem)leven uit verdwenen is. Het Deltaplan Biodiversiteitsherstel dat recent gepresenteerd is, is een voorbeeld dat er een brede overeenstemming is om de biodiversiteit te herstellen in Nederland. Wetenschappers, boerenorganisaties, natuur- en milieuorganisaties, financiers en bedrijven uit de landbouwketen hebben dit gezamenlijk opgesteld. Een positief geluid dus!

En daar is waar ik wel wat zorgen bij heb: blijft het niet bij een geluid? Mijn gevoel zegt dat het deze keer niet bij geluiden blijft. Laten we er met elkaar voor zorgen dat we doorpakken. Dus daadwerkelijk werken aan natuurvriendelijke landbouw, natuurinclusief bouwen en ruimte bieden aan natuur. Dit betekent dat we biodiversiteit moeten meenemen bij andere grote vraagstukken zoals de behoefte aan extra woningen (er gaat 8 hectare open ruimte verdwijnen de komende tijd voor nieuwe woningen) en de energietransitie. Hoe gaaf zou het zijn als jongeren de veldleeuwerik niet zouden missen, gewoon omdat hij er nog is!