In actie voor de soorten in Overijssel!

In de wet Natuurbescherming zijn provincies verantwoordelijk geworden voor actieve soortenbescherming. De Provincie Overijssel heeft het verbeteren van de condities voor soorten dan ook als actiepunt benoemd in haar Natuurvisie. Met de beschikbaar gestelde subsidie heeft Landschap Overijssel, samen met particulieren, agrariërs en andere partners, al vele plant- en diersoorten kunnen helpen.

De Provincie richt zich op soorten die veel in Overijssel voorkomen en waarmee het slecht gaat. Ook zijn het soorten die onvoldoende baat hebben bij de huidige maatregelen, zoals Natura 2000 of het Natuurnetwerk. Een analyse heeft geleid tot een lijst van 114 plant- en diersoorten die extra aandacht nodig hebben in Overijssel. Voor deze soorten voelt de Provincie zich extra verantwoordelijk. Jaarlijks stelt de Provincie een subsidiebedrag beschikbaar van 500.000 euro voor projecten die bijdragen aan bescherming van deze soorten. In het najaar van 2017 kwam al een eerste bedrag beschikbaar. Landschap Overijssel heeft, in overleg met zijn netwerk, zes projecten ingediend voor soorten die op de lijst staan. Al deze projecten zijn inmiddels uitgevoerd. Bijzonder is dat het niet alleen projecten zijn op de terreinen van Landschap Overijssel, maar vaak ook op land van agrariërs, particulieren of gemeenten. Samen zetten zij de schouders eronder om soorten voor Overijssel te behouden.

Kamsalamanders, knoflookpadden en akkervogels

Ook voor de subsidieronde van het komende jaar heeft Landschap Overijssel twee projecten ingediend. Het eerste project draait om herstel van bestaande poelen en de aanleg van twintig nieuwe poelen in Noordwest-Overijssel. Hierdoor kunnen deelpopulaties van knoflookpadden en kamsalamanders weer met elkaar worden verbonden. Dat maakt de soorten sterker. Het tweede project is gericht op de akkervogels in Twenterand, zoals patrijzen en veldleeuweriken. Deze hebben het zwaar vanwege de intensieve landbouw. De akkers zijn netjes aangeharkt, onkruidvrij en tot aan de rand toe vol geplant. Door bermbeheer, inzaaien van bloemenranden en herstel van houtwallen, krijgen de akkervogels weer ruimte om nesten te bouwen en voedsel te vinden. Landschap Overijssel hoopt ook in deze subsidieronde weer in actie te kunnen komen voor behoud van deze soorten.

Wat hebben we al gedaan voor specifieke soorten?

Foto: John Smit

1. Graafbij op de Lemelerberg en de Besthemerberg

De wilde heidebijen, zoals de heidewespbij, hebben een plekje met droog, warm zand nodig om een gangetje te graven en hun eitjes in te leggen. Maar deze plekjes zijn er bijna niet meer in heidegebieden. Doordat meststoffen via regen in de heide terecht komen, groeit de heide dicht. Om de bijen weer hun zandplekjes te geven, zijn vijftig plekken afgegraven op de Lemelerberg en de Besthemerberg. Ook zijn steilwanden gemaakt van anderhalf tot twee meter hoogte, waar de bijen zich kunnen ingraven. Er is gezocht naar plekjes op het zuiden, in de luwte, bij bomen ter oriëntatie. Uit eerdere projecten is bekend dat er kort na het afgraven al bedrijvigheid is op de steilwanden.

Foto: Michiel Poolman

2. Wilde narcis in het Reestdal

Van oudsher komt de wilde narcis voor in het Reestdal, maar helaas is deze hier zo goed als verdwenen. Gelukkig waren er vroeger boeren in Rouveen en Staphorst die de wilde narcis zo mooi vonden, dat ze de bollen hebben uitgeschept en in hun tuin hebben geplant. De wilde narcis is hiermee behouden, maar nog niet veilig. Daarom heeft Landschap Overijssel narciszaad uit de tuinen verzameld en uitgezaaid op tien plekken in het Reestdal, met vrijwilligers van Natuurbeschermingsvereniging IJhorst-Staphorst e.o.. Het zal een paar jaar duren, maar dan bloeit de wilde narcis weer op zijn oude stek.

Foto: Jacob van der Weele

3. Weidevogelvrijwilligers

Weidevogels hebben het zwaar in het agrarische landschap dat steeds intensiever wordt gebruikt. Vrijwilligers zoeken de nesten op, plaatsen markeerstokken en overleggen met agrariërs over het maaien, zodat de kuikens overleven op het boerenland. Maar helaas loopt het aantal vrijwilligers terug vanwege vergrijzing. Daarom zijn diverse activiteiten georganiseerd om vrijwilligers te werven. Er zijn cursussen gegeven over weidevogelbescherming en het opzoeken van tureluursnesten en er is promotiemateriaal ontwikkeld. Met een weidevogelsafari en demonstraties met de weidevogeldrone is ook een jongere doelgroep aangesproken. Want vrijwilligers blijven hard nodig om de soort te beschermen. Wil jij iets doen voor de weidevogels in jouw omgeving? Wordt weidewachter! Kijk op onze website voor meer info.

Foto: Jacob van der Weele

4. Erfvogels Hof van Twente

Steenuilen en erfvogels, zoals de geelgors en de ringmus, houden van een besloten erf met een open landschap. In de gemeente Hof van Twente zijn deze erven van oudsher aanwezig, maar veel elementen zijn verdwenen. Landschap Overijssel heeft particulieren en agrariërs die hun erf wilden opknappen, gevraagd aan de erfvogels te denken. In totaal zijn negen erven aangepakt. Er zijn boomgaarden, struweelranden en meidoornhagen aangelegd en bloemen- en kruidenmengsels ingezaaid. Daarbij hebben de erfbezitters zelf de handen uit de mouwen gestoken.

Foto: Mark Zekhuis

5. Boomkikkers in Twente

Op de oude ijsbaan De Plooy in de Tilligte zaten altijd veel boomkikkers. Dat zijn er steeds minder geworden, omdat het leefgebied minder aantrekkelijk is. Na onderzoek door ecologen is besloten een aantal maatregelen te nemen. Zo wordt in het najaar via een filterbuis grondwater met de juiste waterkwaliteit in de ijsbaan gebracht. In het voorjaar blijft dit water staan en ontstaan poelen van dertig tot veertig centimeter die snel kunnen opwarmen. Dat is ideaal voor de eitjes van de boomkikker. De randen van de ijsbaan worden vaker gemaaid, want de boomkikker houdt niet van teveel oeverbegroeiing. Hier en daar een bramenstruik en plekjes om te zonnen is voldoende. Daarnaast zijn vier poelen aangelegd tussen de ijsbaan en de Hunenborg, een gebied waar de boomkikker na boskap nog beter gedijt. Via deze ‘stapstenen’ kunnen beide populaties zich mengen, zo kan de soort sterker worden.

Foto: Jacob van der Weele

6. Vliegend hert in het Dal van de Mosbeek

Het vliegend hert is een grote kever, die in Overijssel alleen nog voorkomt in het Dal van de Mosbeek. Op zich is het oostelijker gelegen Springendal ook een goed leefgebied voor het vliegend hert. Om het vliegend hert in deze richting te laten bewegen, zijn tussen beide gebieden broedstoven geplaatst als ‘stapstenen’. Broedstoven zijn cirkels van dode eikenstammen. Het vliegend hert legt haar eitjes op de bodem bij de stammen waar witrotschimmel zit. De larven kunnen hier wel acht jaar leven, waarna ze zich ontpoppen tot kever en een aantal weken rondvliegen. De broedstoven zijn aangebracht in houtwallen, waarlangs het vliegend hert zich op warme zomeravonden beweegt. Door richting Springendal te vliegen, wordt het leefgebied groter en de soort minder kwetsbaar.