Project

Boomdeeldagen

Boomdeeldag
Foto Provincie Overijssel
N 52° 29.556' E 006° 12.077'

Help je mee om Overijssel groener te maken? Er komen weer Boomdeeldagen aan! En dat betekent dat inwoners van deelnemende gemeenten bomen en plantmateriaal kunnen aanvragen voor slechts een deel van de kostprijs. Je kunt je plantgoed bestellen van 10 juni t/m 31 juli 2024.

De deelnemende gemeenten zijn: Dalfsen, Deventer, Dinkelland, Haaksbergen, Hardenberg, Hellendoorn, Hof van Twente, Ommen, Olst-Wijhe, Raalte, Rijssen-Holten, Steenwijkerland, Wierden, Tubbergen en Twenterand. Aanmelden kan vanaf 10 juni tot en met 31 juli 2024. Doe je mee?

Nieuws: nu ook boomdeeldag in gemeente Enschede!

Ook inwoners van het buitengebied van Enschede kunnen nu meedoen aan boomdeeldag. Hiermee versterk je de biodiversiteit en ontvang je fikse korting op groen. Win-win!

Aanvragen kan vanaf maandag 1 juli 12.00 uur tot 15 augustus via onderstaande knop. De aanvragen worden op volgorde van binnenkomst beoordeeld. Wees er dus snel bij!


Data Boomdeeldagen 2024/2025

De uitgiftedagen vinden plaats op:

  • Zaterdag 23 november in Steenwijkerland, Dalfsen, Hof van Twente en Raalte & Olst-Wijhe.
  • Zaterdag 14 december in Hardenberg, Twenterand, Dinkelland, Deventer en Rijssen-Holten.
  • Zaterdag 18 januari in Ommen, Tubbergen, Haaksbergen, Hellendoorn en Wierden.

Ervaringsverhalen


Er werden in 2022 en 2023 ook al Boomdeeldagen gehouden. Wil je weten waarom Overijsselaars meededen? En wil je weten wat ze hebben geplant en waarom juist die bomen of dat plantgoed? Je vindt inspiratie via onderstaande link.

DSC05048_STWL
Boomdeeldag Steenwijkerland 2022  Foto Landschap Overijssel
20220212_145652_Grobbe_eigenfoto
Boomdeeldag 2022 Hellendoorn  Foto Landschap Overijssel
DSC05016_Hel
Boomdeeldag Hellendoorn 2022  Foto Landschap Overijssel

Streekeigen landschapselementen

We stimuleren het aanplanten van streekeigen landschapselementen, zodat je het plantmateriaal aanvraagt dat in jouw omgeving past. In elke gemeente zijn verschillende landschapstypen met verschillende landschapselementen en bomen en struiken. Landschapselementen geven structuur, samenhang en diversiteit aan het landschap.

Door landschapselementen zoals houtwallen en singels, struweelhagen of een boomgaard aan te planten verbeter je de biodiversiteit, de landschapsstructuur en het leefklimaat in jouw omgeving. In zandlandschappen komen in oude cultuurlandschappen rondom essen veel houtwallen voor. Soorten als eik, lijsterbes, meidoorn en vuilboom passen hier goed. Knotwilgen passen juist in de nattere ontginningslandschappen.

Landschapselementen

  • Houtwallen en -singels
  • Elzensingel
  • Hakhoutbosje
  • Erf- en vogelbosje
  • Fruitbomen in boomgaard
  • Struweelhaag
  • Solitaire bomen
  • Knotbomen
  • Bomenrijen en lanen

Let op: heggen die jaarlijks gesnoeid worden komen niet in aanmerking. Het streven van de actie Iedereen een boom is 1,1 miljoen bomen aanplanten. Als richtlijn is hierbij gebruikt dat alle soorten die hoger dan 3 meter worden gesubsidieerd worden. Bij knip- en scheerheggen is dit niet het geval, deze kunnen daarom niet meedoen. Een vrij groeiende struweelhaag mag wel.

Bekijk hier welke landschapselementen in jouw omgeving passen en je ze moet planten.

Houtwal met overstaanders
Houtwal met overstaanders  Foto Landschap Overijssel
Houtsingel Groote Scheere
Houtsingel  Foto Landschap Overijssel
Elzensingel
Elzensingel  Foto Landschap Overijssel
Hoogstamboomgaard Windesheim
Hoogstamboomgaard Windesheim  Foto Gonny Sleurink
Struweelheg Reestdal
Stuweelhaag  Foto Landschap Overijssel
Solitaire eik, Wierden
Solitaire eik  Foto Landschap Overijssel
Knotwilgen langs het Zwartewater
Knotwilgen langs het Zwartewater  Foto Chantal Wachtmeester

Voorwaarden

Het is van belang dat je als deelnemer voldoet aan de voorwaarden, deze doorneemt (zie hieronder) en hiermee akkoord gaat door een vinkje te zetten op het aanmeldformulier. Zo beoordeeld Landschap Overijssel bijvoorbeeld of de soorten die je aanvraagt passend zijn op jouw plek. Bij de aanvraag omschrijf je de locatie van de aanplant en we vragen je een kaart mee te sturen waarop je de exacte plantlocatie hebt aangegeven. Als we vragen hebben dan nemen we contact met je op. Na goedkeuring ontvang je een bevestiging.

Landschapselementen

  • Een houtwal is een aarden wal met hierop begroeiing van levende bomen en struiken. Het is een lijnvormig landschapselementen die in veel zandlandschappen voorkomt. Hiermee is het één van de oudste landschapselementen in de provincie. In het verleden werden houtwallen opgeworpen rond akkers om vee en wild te weren, maar ook rond weides om vee juist binnen te houden. Ook werden houtwallen opgeworpen om (marke)grenzen aan te geven. Tegelijkertijd werd de beplanting op de houtwal ook gebruikt als gebruikshout, ook wel geriefhout genoemd. Veel soorten werden geregeld bij de grond afgezaagd om te gebruiken als brandhout, palen, schorsgebruik, gereedschapsstelen en ander gebruik. Tegenwoordig hebben houtwallen vooral een landschappelijke en ecologische waarde. Door de variatie van kruiden, struiken en bomen biedt dit veel voordelen voor allerlei soorten fauna.


    Landschap: Essenlandschap, Kampenlandschap, Maten en flierenlandschap (Beekdallandschap), Jong ontginningslandschap.

    Hoofdsoorten: zomereik, wilde lijsterbes, ruwe berk, meidoorn, hazelaar, vuilboom, sleedoorn, gewone vogelkers, hondsroos.

    Secundaire soorten: max. 5% van de aanplant: Zoete kers, wilde appel, peer en mispel, wilde kardinaalsmuts, Gelderse roos.

    Plantwijze: minimaal 3 plantrijen (circa 5-6 meter breed). Boomvormers in de middelste rij en struikvomersaan de zijkanten. De aanplant bestaat hoofdzakelijk uit bosplantsoen. Om de 10 tot 20 meter kan een boom worden geplant.

    Plantafstand: 1,5 meter tussen de rijen en tussen de planten in de rij.

    Volgroeide breedte: een volgroeide houtwal is minimaal 4 tot 6 meter breed, uitgaande van 3 plantrijen. Afhankelijk van de beschikbare ruimte kunnen meerdere plantrijen worden toegepast.

    Volgroeide hoogte: bomen die mogen uitgroeien kunnen wel 20 tot 30 meter hoog worden. De struikenlaag wordt 4 tot 6 meter.

    Beheer: in de jeugdfase bestaat het onderhoud uit het vrij houden van de aanplant van ruigtekruiden zoals braam en brandnetel die de jonge bomen en struiken overgroeien. Na circa 5-6 jaar zal de aanplant gesloten raken. Daar waar nodig kan dan gesnoeid en gedund worden. Na circa 10 jaar is onderhoud noodzakelijk waarbij concurrentie krachtige bomen en struiken worden afgezet. Werk daarbij gefaseerd. Dit hakhoutbeheer dient periodiek (iedere 15-20 jaar) te worden uitgevoerd.

  • Een houtsingel is een breed, lijnvormig beplantings-element welke bestaat uit streekeigen bomen en struiken. Ze zijn aangeplant langs perceelgrenzen en langs sloten. De singels leverden brand-en geriefhout en zorgden voor bescherming van (het gewas op) de akker. Ook dienden houtsingels vaak als windbreker. Houtsingels hebben landschappelijk en ecologisch gezien een belangrijke verbindende functie. De soorten die voorkomen in een houtsingel kunnen van streek tot streek verschillen.

    Landschap: Essenlandschap, Kampenlandschap, Maten en flierenlandschap (Beekdallandschap), Jong ontginningslandschap, Klei-ontginningslandschap, Kraggenlandschap, Oeverwalontginningslandschap, laagveenontginningslandschap, Hoogveenontginningslandschap, Veenkoloniaal landschap.

    Hoofdsoorten: Droge bodem: Zomereik, Wilde lijsterbes, ruwe berk. Natte bodem: Zachte berk, boswilg, zwarte els.

    Struikvormers: Meidoorn, hazelaar, vuilboom, sleedoorn, gewone vogelkers, hondsroos.

    Secundaire soorten: max. 5% van de aanplant: Zoete kers, wilde appel, peer en mispel, wilde kardinaalsmuts, Gelderse roos.

    Plantwijze: minimaal 3 plantrijen (circa 5-6 meter breed). Boomvormers in de middelste rij en struikvomersaan de zijkanten. De aanplant bestaat hoofdzakelijk uit bosplantsoen. Om de 10 tot 20 meter kan een boom worden geplant.

    Plantafstand: 1,5 meter tussen de rijen en tussen de planten in de rij.

    Volgroeide breedte: een volgroeide houtsingel is minimaal 5 tot 6 meter breed, uitgaande van 3 plantrijen. Afhankelijk van de beschikbare ruimte kunnen meerdere plantrijen worden toegepast.

    Volgroeide hoogte: bomen die mogen uitgroeien kunnen wel 20 tot 30 meter hoog worden. De struikenlaagwordt 4 tot 6 meter.

    Beheer: in de jeugdfase bestaat het onderhoud uit het vrij houden van de aanplant van ruigtekruiden zoals braam en brandnetel die de jonge bomen en struiken overgroeien. Na circa 5-6 jaar zal de aanplant gesloten raken. Daar waar nodig kan dan gesnoeid en gedund worden. Na circa 10 jaar is onderhoud noodzakelijk waarbij concurrentie krachtige bomen en struiken worden afgezet. Werk daarbij gefaseerd. Dit hakhoutbeheer dient periodiek (iedere 15-20 jaar) te worden uitgevoerd.

  • Een elzensingel kenmerkt zich door de aanwezigheid van voornamelijk Zwarte Els. Meestal bestaat een elzensingel uit een één-of tweezijdige begroeiing langs sloten of wijken. Cultuurhistorisch gezien is tweezijdig de meest voorkomende situatie. Een goed ontwikkelde elzensingel heeft een boomlaag, een struiklaag en een kruidlaag (braam of rozen). Door de aanwezigheid van deze verschillende lagen begroeiing is de singel in de zomer volledig dicht.

    Landschap: Maten en flierenlandschap (Beekdallandschap), Jong ontginningslandschap, Kraggenlandschap, laagveenontginningslandschap, Hoogveenontginningslandschap, Veenkoloniaal landschap.

    Hoofdsoorten: zwarte els.

    Secundaire soorten: zachte berk, zomereik, boswilg, schietwilg, meidoorn.

    Plantwijze: rijen in het talud van sloten of wijken. Soms aan één zijde van een sloot, maar kan ook aan beide zijden. De aanplant bestaat uit bosplantsoen.

    Plantafstand: 0,5 meter tussen de planten in de rij.

    Volgroeide breedte: een volgroeide elzensingel is zo’n 3 meter breed, uitgaande van een enkele rij.

    Volgroeide hoogte: De elzen worden tot 20 meter hoog. In beheer is dit in de praktijk veelal lager.

    Beheer: om de 10 tot 15 jaar kunnen de bomen worden afgezet. Hierdoor ontstaat hakhout dat elke keer weer uitloopt. Door hakhoutbeheer ontstaat een gevarieerde structuur. Het verdient de voorkeur om beheer gefaseerd uit te voeren.

  • Een hakhout-of geriefhoutbosje zorgt voor een grotere diversiteit aan soorten in het gebied ten aanzien van kruiden, struiken en bomen. Door een goed beheer zal deze variatie ontstaan (hakhout, overstaanders, besdragende en bloeiende struiken, open plekken). Deze variatie zal er voor zorgen dat dieren hierin goede nest-en schuilgelegenheid kunnen vinden, evenals voedsel door de besdragende en bloeiende struiken (trekken insecten aan). Verder zorgt het voor een verbindende structuur in het landschap, waarlangs dieren en planten zich kunnen verplaatsen. Het op een goede manier beheren van deze elementen draagt bij aan een aantrekkelijk landschap. Ook wordt hierdoor het culturele erfgoed behouden. Deze bosjes zijn ontstaan doordat mensen het hout nodig hadden voor bijvoorbeeld hun gereedschappen.

    Landschap: Essenlandschap, Kampenlandschap, Maten en flierenlandschap (Beekdallandschap), Jong ontginningslandschap, Klei-ontginningslandschap, Kraggenlandschap, Oeverwalontginningslandschap, Hoogveenontginningslandschap, Veenkoloniaal landschap.

    Hoofdsoorten: Droge bodem: Zomereik, ruwe berk. Natte bodem: boswilg, schietwilg, zwarte els.

    Struikvormers: meidoorn, hazelaar, vuilboom, sleedoorn, gewone vogelkers, hondsroos.

    Secundaire soorten: max. 5% van de aanplant: wilde kardinaalsmuts, Gelderse roos.

    Plantwijze: minimaal 50 stuks per 100 m2. Aanplant kan in blokverband, driehoek verband of wildverband. Boomvormers in het midden en struikvormers aan de zijkanten.

    Plantafstand: 1,5 meter tussen de planten.

    Volgroeide breedte: de breedte van het hakhoutbosje is afhankelijk van de totale oppervlakte. Om gefaseerd beheer toe te passen is het aan te bevelen een hakhoutbosje minimaal 200 m2 groot te maken.

    Volgroeide hoogte: bomen die mogen uitgroeien kunnen wel 20 tot 30 meter hoog worden. De struikenlaagwordt 4 tot 6 meter. Bomen die mogen uitgroeien kunnen wel 20 tot 30 meter hoog worden. De struikenlaag wordt 4 tot 6 meter.

    Beheer: in de jeugdfase bestaat het onderhoud uit het vrij houden van de aanplant van ruigtekruiden zoals braam en brandnetel die de jonge bomen en struiken overgroeien. Na circa 5-6 jaar zal de aanplant gesloten raken. Daar waar nodig kan dan gesnoeid en gedund worden. Na circa 10 jaar is onderhoud noodzakelijk waarbij concurrentie krachtige bomen en struiken worden afgezet. Werk daarbij gefaseerd. Dit hakhoutbeheer dient periodiek (iedere 15-20 jaar) te worden uitgevoerd.

  • Een bosje van mei-of sleedoorn kleurt in het voorjaar prachtig wit en vraagt nauwelijks ruimte en onderhoud. Toch zijn kleine zangvogels maar wat blij met die extra veiligheid. Wie profiteren: Door hun dichte structuur zijn vogelbosjes een veilige haven voor kleine zangvogeltjes. Rovers zoals de sperwer kunnen hier lastig een aanval voorbereiden. Profiterende vogeltjes zijn bijvoorbeeld groenlingen, grasmussen, of misschien zelfs een braamsluiper. Naast vogels profiteren ook kleine zoogdieren zoals wezel en hermelijn. Zelfs sperwers zijn uiteindelijk beter af met vogelbosjes, want zonder vogelbosje was er überhaupt veel minder om op te jagen. Een erfbosje kan overal in het halfopen landschap worden geplant. Afhankelijk van de bodem is de ene soort geschikter dan de andere. De meest gebruikte soorten zijn meidoorn, sleedoorn en diverse inheemse rozensoorten.

    Landschap: Essenlandschap, Kampenlandschap, Maten en flierenlandschap (Beekdallandschap), Jong ontginningslandschap, Klei-ontginningslandschap, Kraggenlandschap, Oeverwalontginningslandschap, laagveenontginningslandschap, Hoogveenontginningslandschap, Veenkoloniaal landschap.

    Hoofdsoorten: winterlinde, Wilde lijsterbes, boswilg, meidoorn, vuilboom, sleedoorn, gewone vogelkers, hondsroos, egelantier.

    Secundaire soorten: max. 5% van de aanplant: Zoete kers, wilde appel, peer en mispel, wilde kardinaalsmuts, Gelderse roos.

    Plantwijze: minimaal 100 stuks per 100 m2. Aanplant kan in blokverband, driehoek verband of wildverband. Minimaal aantal boomvormers aan de noordzijde en struikvormers aan de zijkanten. De aanplant bestaat uit bosplantsoen.

    Plantafstand: 1 meter tussen de planten.

    Volgroeide breedte: de breedte van het hakhoutbosje is afhankelijk van de totale oppervlakte. Een erfbosje moet minimaal 100 m2 groot zijn.

    Volgroeide hoogte: een erfbosje bestaat voornamelijk uit struikenvormers. De gemiddelde hoogte van struiken is 5 meter. Eventueel aangeplante bomen worden hoger.

    Beheer: in de jeugdfase bestaat het onderhoud uit het vrij houden van de aanplant van ruigtekruiden zoals braam en brandnetel die de jonge bomen en struiken overgroeien. Na circa 5-6 jaar zal de aanplant gesloten raken. Daar waar nodig kan dan gesnoeid en gedund worden. Na circa 10 jaar is onderhoud noodzakelijk waarbij concurrentie krachtige struiken worden afgezet. Werk daarbij gefaseerd om variatie in begroeiing te krijgen.

  • Vruchtbomen worden al heel lang geteeld. Vroeger kwamen vooral hoogstamfruitboomgaarden voor, waaronder vee graasde. Een oude boomgaard bestond uit een variatie aan verschillende fruitsoorten zoals appels, peren, pruimen, kersen maar ook walnoten. Boomgaarden worden gewoonlijk omsloten door sloten, meidoornheggen of windsingels. Hoogstamfruitboomgaarden hebben een grote ecologische waarde. Zo leveren de forse bomen nestgelegenheid aan vogels, waaronder holenbroeders. De steenuil is een soort die graag broedt in holle zware takken van fruitbomen of in andere holten. Daarnaast komen er veel insecten op de bomen af. In de herfst is de hoogstamfruitboomgaard een trekplaats voor vogels en zoogdieren die op het valfruit afkomen. Soms staat om de boomgaard een windsingel van bijvoorbeeld zwarte els. Dit vergroot de natuurwaarden van de boomgaard.

    Landschap: Essenlandschap, Kampenlandschap, Maten en flierenlandschap (Beekdallandschap), Jong ontginningslandschap, Klei-ontginningslandschap, Oeverwalontginningslandschap, laagveenontginningslandschap, Hoogveenontginningslandschap, Veenkoloniaal landschap.

    Hoofdsoorten: fruitbomen, zoete kers, walnoot, tamme kastanje.

    Plantwijze: plant minimaal 5 bomen voor een boomgaard. Plant de soorten die hoog worden aan de noordzijde, en de soorten die kleiner blijven aan de zuidzijde zodat alle bomen voldoende licht krijgen.

    Plantafstand: per soort is er een andere plantafstand; pruimen minimaal 5 meter, peren en kersen minimaal 8 meter, appels minimaal 10 meter en walnoten en tamme kastanjes minimaal 15 meter uit elkaar.

    Volgroeide hoogte: volgroeide fruitbomen zijn afhankelijk van de specifieke soort 6 tot 15 meter hoog. Walnoten en tamme kastanjes kunnen wel 20 tot 25 meter hoog worden.

    Beheer: de eerste jaren na aanplant zijn belangrijke jaren omdat dan de vormsnoei wordt gedaan. Hierbij is het doel om 3 of 4 gesteltakken te krijgen die in de toekomst de hoofdtakken worden van de boom. Na 5 jaar om de 2 á 3 jaar onderhoud snoei uitvoeren waarbij dood hout, kruisende takken en waterlot wordt verwijderd. Walnoten en tamme kastanjes hoeven niet gesnoeid te worden. Wel kan er dood hout worden verwijderd.

  • Met de struweelhaag bedoelen we de klassieke doorndragendeboerenhaag. Een haag die vanwege haar doornige karakter een belangrijke veekerendefunctie kende op het boerenland en van oudsher veel werd toegepast. In tegenstelling tot een knip-en scheerheg, mag een struweelheg vrij uit groeien en wordt deze om de 3 tot 6 jaar gesnoeid of teruggezet. Struweelhagen zijn dan ook robuuster, breder en hoger dan de knip-en scheerheggen. De struweelhaag heeft een belangrijke ecologische functie. Door een haag slechts eens in de zes jaar geheel (tot 20 centimeter) of gedeeltelijk (tot 1 meter) terug te zetten, krijgen soorten de kans om in bloei of bes te komen. Dit trekt natuurlijk insecten, vogels en zoogdieren aan.

    Landschap: Essenlandschap, Kampenlandschap, Maten en flierenlandschap (Beekdallandschap), Jong ontginningslandschap, Kraggenlandschap, Oeverwalontginningslandschap, laagveenontginningslandschap, Hoogveenontginningslandschap, Veenkoloniaal landschap.

    Hoofdsoorten: meidoorn, sleedoorn, hondsroos.

    Secundaire soorten: wilg, veldesdoorn, vuilboom, gelderse roos, hazelaar, kardinaalsmuts, lijsterbes maar ook boomsoorten als zomereik, haagbeuk, ruwe iep of es.
    Iepen en essen hebben tegenwoordig wel meer last van ziektes. Bij het kort houden worden voedingstoffen afgevoerd, waardoor ze lang niet zo dik als een klassieke boom worden.


    Plantwijze: minimaal 2 plantrijen, 4 stuks per meter. Het plantmateriaal bestaat uit bosplantsoen.

    Plantafstand: 0,5 meter tussen de rijen en 0,5 tussen de planten in de rij.

    Volgroeide breedte: de haag kent een vrij uitgroeiend karakter en wordt afhankelijk van de beschikbare ruimte circa 3 meter breed.

    Volgroeide hoogte: afhankelijk van de gekozen beheerinterval, minimaal 3 meter.

    Beheer: een struweelhaag kan eens in de 6 jaar geheel of gedeeltelijk worden teruggezet. Hierdoor krijgen soorten de kans om in bloei en bes te komen. Dit trekt insecten, vogels en zoogdieren aan. Heggenvlechten is een bijzondere vorm van onderhoud dat vroeger veel werd toegepast.

  • Bomen zijn een uitkijkplaats en broedgelegenheid voor vogels. Verder zijn ze een voortplantingsplaats voor insecten en een groeiplaats voor mossen en korstmossen. De aanplant of het behoud van bomen zorgt voor een bijdrage aan een aantrekkelijk landschap, doordat ze grote velden doorbreken. Ook is het een behoud van cultuurhistorische waarden.

    Landschap: Essenlandschap, Kampenlandschap, Maten en flierenlandschap (Beekdallandschap), Jong ontginningslandschap, Klei-ontginningslandschap, Kraggenlandschap, Oeverwalontginningslandschap, laagveenontginningslandschap, Hoogveenontginningslandschap, Veenkoloniaal landschap.

    Hoofdsoorten: witte paardenkastanje, Tamme kastanje, Beuk, Walnoot, Zomereik, Winterlinde, Gladde iep.

    Plantwijze: zorg bij aanplant dat de boom ook in de toekomst voldoende ruimte heeft. Voor een solitaire boom is het belangrijk dat deze minimaal 20 meter van andere beplanting of bebouwing af staat. Er kan ook een kleine groep van bijvoorbeeld 3 bomen worden aangeplant die samen opgroeien.

    Volgroeide breedte: afhankelijk van de soort. Bomen die solitair staan en vrij mogen groeien kunnen een breedte bereiken van 10 tot 20 meter.

    Volgroeide hoogte: afhankelijk van de soort. 20 tot 30 meter.

    Beheer: solitaire bomen hoeven nauwelijks gesnoeid te worden. Dood hout en kruisende takken kunnen worden verwijdert. Het is belangrijker om een solitaire boom te beschermen door middel van een raster en onder de boomkroon niet te graven en de grond niet te verdichten met verharding.

  • Knotbomen zijn bomen met een opgaande stam van anderhalve á tweeëneenhalve meter, waarbij bovenop de stam periodiek de daar groeiende takken worden geoogst. Hierdoor ontstaat een vergroeiing van de stam: de knot. Meestal gaat het om soorten als wilg, linde, es, eik, en populier. Knotbomen werden door de boer gepoot als grensafscheiding en voor geriefhout. Knotbomen hebben grote ecologische waarde: behalve vlinders, profiteren ook vogels als steenuil, kerkuil, witte kwikstaart, holenduif en mezen van knotbomen. Vleermuizen kunnen in de holen van knotbomen voorkomen. In de knot groeien vaak allerlei andere planten, struiken en boomsoorten, maar ook mossen. De ecologische waarden van knotbomen wordt vergroot doordat ze lijnvormig voorkomen en daardoor een verbindingslijn vormen voor dieren, zoals vleermuizen.

    Landschap: Essenlandschap, Kampenlandschap, Maten en flierenlandschap (Beekdallandschap), Jong ontginningslandschap, Klei-ontginningslandschap, Kraggenlandschap, Oeverwalontginningslandschap, laagveenontginningslandschap.

    Hoofdsoorten: schietwilg, zomereik, winterlinde.

    Plantwijze: schietwilg kan als staak worden geplant. De staken zijn 2 tot 3 meter lange takken die zijn gesnoeid van andere wilgen. Deze gesnoeide staken kunnen na het schillen van de onderste 50 cm. in een plantgat worden gedrukt. Zomereik en winterlinde kunnen als boom worden aangeplant en na 5 jaar worden geknot op de gewenste hoogte.

    Plantafstand: minimaal 6 meter tussen de planten in de rij.

    Volgroeide breedte: een volgroeide knotboom kan tot 6 meter breed worden, maar dit is wel afhankelijk van de soort.

    Volgroeide hoogte: door het knotten van bomen kan de hoogte zelf worden bepaalt. Wordt frequenter geknot dan wordt de boom maximaal 5 meter hoog.

    Beheer: knotbomen worden frequent gesnoeid. Bij wilgen en lindes moet dit gemiddeld om de 3 jaar. Bij eiken kan de frequenties van knotten langer duren, tot wel 10 jaar afhankelijk van de groeisnelheid. Gemiddeld kan worden gesteld dat wanneer de takken een dikte hebben van 6 tot 8 cm. er geknot kan worden. Bij eiken verdient het de voorkeur om gefaseerd te knotten en elke 5 jaar de dikste takken te knotten.

  • Een bomenrij heeft een belangrijke functie in het landschap. Een bomenrij maakt het landschap beleefbaar en leesbaar. Diverse vogels en zoogdieren maken er gebruik van. Het biedt beschutting en schaduw voor vee. Lanen zijn wegen die aan beide zijden met een of meerdere rijen bomen zijn beplant. Lanen zijn van cultuurhistorisch belang. Zij werden niet alleen aangeplant uit esthetische motieven, maar dienden ook als beschutting tegen weersinvloeden en voor de houtproductie. Lanen zijn belangrijke onderdelen van landgoederen en geven vaak de structuur aan. Naast cultuurhistorisch belang is een (oudere) laan ook belangrijk voor natuurwaarden: in de oude bomen met holten vinden vogels en vleermuizen hun onderkomen. Daarnaast zijn ze van belang voor op bomen groeiende mossen en korstmossen. De oude lanen waar jaarlijks weinig strooisel blijft liggen zijn van groot belang voor zeldzame mycorrhiza paddenstoelen.

    Landschap: Maten en flierenlandschap (Beekdallandschap), Jong ontginningslandschap, Klei-ontginningslandschap, laagveenontginningslandschap, Hoogveenontginningslandschap, Veenkoloniaal landschap.

    Hoofdsoorten: beuk, zomereik, winterlinde, gladde iep, zwarte els.

    Plantwijze: een bomenrij heeft minimaal 6 bomen, een laan minimaal 12. Een laan kan in driekhoeksverbandworden aangeplant, of in blokverband waarbij de bomen tegen over elkaar staan.

    Plantafstand: om bomen goed de ruimte te geven moet de plantafstand minimaal 10 meter zijn.

    Volgroeide breedte: bomen in een rij en laan worden zo’n 10 tot 15 meter breed.

    Volgroeide hoogte: afhankelijk van de soort. 20 tot 30 meter.

    Beheer: bomen in rijen en lanen hebben de eerste jaren onderhoud snoei nodig. Hierbij worden kruisende takken verwijdert. Na verloop van tijd worden deze bomen veelal opgekroond. Dit betekent dat de onderste takken aan de stam worden weggesnoeid zodat langs de rij en door de laan een pad begaanbaar blijft.

Wil je meer weten?

Contact
Steun Het Overijssels Natuurfonds!

Maak Overijssel groener en gezonder. Al vanaf €7,50 bescherm jij één vierkante meter natuur.

Help mee!