Dood doet leven

De één zijn dood is de ander zijn brood. Het spreekwoord kennen we allemaal, maar realiseren we ons dat het ook in de Nederlandse natuur zo werkt?

Raaf, Mark Zekhuis

Dode natuur

Tegenwoordig worden we nog weinig geconfronteerd met de dood. Ook niet meer in de natuur. Aan dood hout raken we onderhand wat gewend omdat we dat tegenwoordig steeds meer laten liggen, maar dode dieren zie je toch niet zo vaak. Dat komt uiteraard niet omdat ze er niet zijn. Gelukkig zijn er heel veel dieren, groot en klein, en die zijn ergens als ze sterven. Lang niet alle dieren vinden hun namelijk hun einde door predatie – het worden opgegeten door een ander dier -, een groot deel sterft door voedseltekort, verkeersongevallen en ziektes. Wanneer een dier sterft, komt een heel proces op gang dat zorgt voor de ontbinding van zijn lichaam.

Onderzoek

Alles komt ergens vandaan en alles gaat ergens naartoe. Hoe deze natuurkundige waarheid in de praktijk werkt onderzoekt promovenda Elke Wenting van de Wageningen Universiteit. Haar onderzoek richt zich op het verloop van de afbraak van dode dieren (aas) in natuurgebieden. Daarnaast onderzoekt ze welke voedingsstoffen opgeslagen liggen in dode dieren. En in welke mate de aanwezige aaseters, zoals raven en vossen, bepalen hoe deze voedingsstoffen worden gerecycled.

Om deze vragen te beantwoorden, onderzoekt Elke de invloed van de omgeving en de aanwezige aaseters nader. Hiertoe worden wildcamera’s bij kadavers (bijvoorbeeld van aangereden dieren) geplaatst om zo het ontbindingsproces te volgen. Dit gebeurt in diverse Nederlandse natuurgebieden, waaronder een aantal van Landschap Overijssel. Aan de hand van deze beelden wordt ondermeer onderzocht hoe lang het ontbindingsproces duurt en welke aaseters hierbij betrokken zijn.

Biodiversiteit

Bij aaseters denken we al snel aan gieren en raven, maar dit zijn slechts twee voorbeelden. Tal van verschillende diersoorten profiteren van de aanwezigheid van dode dieren. Vossen, wilde zwijnen en marterachtigen eten er graag van, net als vogels als buizerds, raven en zwarte kraaien. Andere dieren, zoals koolmezen en eekhoorns, gebruiken de haren van een dood dier graag als nestmateriaal. En dan hebben we het nog niet over de enorme diversiteit aan insecten.

Naast de ruim honderd soorten vogels en zoogdieren, zijn er ook nog meer dan 750 soorten kevers en 150 soorten vliegen die profiteren van dode dieren! Er zijn zelfs insecten die voor hun bestaan volledig van aas afhankelijk zijn, zoals de krompootdoodgraver en de oeveraaskever. Naast voedselbron voor zichzelf of het nageslacht, gebruiken veel insecten dode dieren als plek om te paren of zich te verschuilen. En zelfs als het dode dier helemaal opgegeten lijkt te zijn, trekt het nog steeds nieuw leven aan. Zo zijn er gespecialiseerde zwammen, zoals hoefzwammen, die uitsluitend groeien op hoeven van dode dieren. Kortom: dode dieren zijn als een drukbezocht restaurant.

Lijkenpikkers, Jeroen Helmer, ARK Natuurontwikkeling

Steun Landschap Overijssel

Overijssel is een schitterende en afwisselende provincie. Van de natuur kun je altijd genieten. Zelfs als je in de stad woont is natuur dichtbij. Dat is niet vanzelfsprekend, daar werken duizenden mensen hard aan, vaak met onze hulp. Samen maken we Overijssel mooier. Help je ons mee?