Hoe beheren wij het landschap?

Op deze pagina lees je hoe wij onze terreinen omgaan met het beheer van bosranden, hakhout, knotten van bomen, lanen, maaien, poelen, heide, fijnsparsterfte en dood hout.

Bosrandbeheer

Behoud en ontwikkeling van gevarieerde en natuurlijke bosranden
Typisch voor een gevarieerde en natuurlijke bosrand is de geleidelijke overgang van bos naar een open terrein. Het bestaat uit een zone met lage vegetatie zoals grassen en kruiden, gevolgd door een strook met hogere struiken. Daarna volgt het eigenlijke bos.

Een bosrand is onmisbaar in het landschap. Door variatie in begroeiing is dit een ideale schuilplek voor dieren. Tevens vinden insecten en vogels hier hun voedsel.

Landschap Overijssel wil graag gevarieerde en natuurlijke bosranden behouden en ontwikkelen. Om te voorkomen dat het dicht groeit, dunnen we het bos uit en planten nieuwe struiken aan als de meidoorn, sleedoorn en Gelderse roos. Het onderhoud gebeurt gefaseerd en verspreid over tien tot vijftien jaar.

Hakhoutbeheer

Landschap Overijssel voert hakhoutbeheer uit. Hierbij worden de bomen net boven de stambasis gekapt. Op de overgebleven stronk groeien vervolgens nieuwe uitlopers. Zo ontstaan nieuwe takkenbossen en zelfs weer hele nieuwe bomen.

Belangrijk voor de natuur
Hakhoutbossen zijn ontstaan omdat mensen het hout vroeger gebruikten voor onder meer brandhout, manden en bezems. Tegenwoordig houden we ze graag in stand omdat ze voor veel variatie zorgen in de natuur. Het extra zonlicht geeft lage planten als varens en mossen de kans om te groeien. Het bos blijft vitaal en veel dieren als insecten, vogels en reeën vinden hier bescherming en voedsel

Met zorg
Hakhoutbeheer gebeurt met zorg. Het betreft met name boomsoorten als de eik, wilg, es, beuk en els. Ieder jaar blijft een aantal bomen staan zodat er verschillen in leeftijdsopbouw ontstaan. De werkzaamheden vinden plaats vanaf het najaar tot en met medio maart. In deze periode kunnen paden slechter begaanbaar zijn, liggen er stapels hout naast de paden en is er mogelijk lawaaioverlast. Dit is tijdelijk en wordt zoveel mogelijk beperkt.

Vliegend hert
Het hakhoutbos is een ideale leefomgeving voor het vliegend hert. Een beschermde en zeldzame kever en de grootste van Nederland. Het kan wel 9 cm worden. In de dikke stronken van de gekapte bomen met uitlopers leggen ze graag hun eitjes. Ook biedt hakhoutbos beschutting en is het vliegend hert dol op het boomsap dat vrijkomt na het hakken.

Een mooier en gezonder bos dankzij onderhoud
Terreinbeheerder Landschap Overijssel

Knotten van bomen

Knotbomen zijn al eeuwenlang karakteristiek voor ons landschap. Denk aan de knotwilgen langs sloten en weilanden en lindenbomen bij boerderijen. Landschap Overijssel behoudt deze bomen graag. Niet alleen vanuit cultuurhistorisch oogpunt, maar ook omdat allerlei dieren er hun plekje vinden. Vogels als het steenuiltje nestelen er. Ook kleine knaagdieren en insecten wonen graag in geknotte bomen. In oudere knotbomen groeien soms zelfs planten, zoals varens, paddenstoelen en mossen.

Onderhoud
Om de paar jaar knot Landschap Overijssel de bomen. Zo behouden ze hun kenmerkende vorm en blijven ze vitaal. Het knotten gebeurt veelal tussen november en maart. We verwijderen de kruin van de bomen waarbij de takken zo glad mogelijk worden afgezaagd. Alleen de stam blijft staan. Het eerstvolgende jaar loopt de boom weer uit. Het hout wordt gebruikt voor onder meer afrasteringen, bezems en manden.

Onderhoud van de lanen

Lanen geven het bos een statig voorkomen. Van oudsher werden hiervoor vooral beuken, eiken en linden aangeplant. Om dergelijke lanen te behouden, is regulier onderhoud nodig. Landschap Overijssel loopt de bomen jaarlijks na en snoeit waar nodig op. Hierbij verwijderen we oud en dood hout. Zo houden we het bos veilig en tegelijkertijd vitaal.

Het onderhoud gebeurt veelal in de wintermaanden. Tijdens de werkzaamheden met de hoogwerker staat de veiligheid van passerende recreanten voorop en proberen we eventuele overlast te beperken.

Maaibeheer

Wij maaien onze graslanden op verschillende momenten in het jaar. Het tijdstip wordt bepaald door de aanwezigheid, of soms door de afwezigheid van planten en diersoorten. Wanneer in de vochtige graslanden bijvoorbeeld ratelaar of orchideeën in een grasland groeien, dan wachten we tot deze planten zijn uitgebloeid en zaad hebben gezet voordat we gaan maaien, meestal in augustus en september.

De meeste graslanden van het drogere type maaien we vanaf eind mei/ juni. Vroeger werden deze zogenaamde Kruiden en faunarijke graslandtypen vanaf 15 juni gemaaid omdat er vooral voor deze datum nog de kans bestaat dat er broedvogels of jonge reeën aanwezig zijn in het gras. We kiezen er echter toch steeds vaker voor om deze graslanden, of delen ervan op een eerder tijdstip te maaien, soms al rond 15 mei. We doen dit omdat de vegetatie in veel graslanden eenzijdig is. Er staat vooral witbol in; een grassoort die erg profiteert van laat maaien omdat ook deze zich voor het maaitijdstip goed kan uitzaaien. Door de witbol eerder af te maaien kan deze niet tot bloei komen waardoor de aanwezigheid van andere grassoorten en kruiden weer kan toenemen. We moeten dus een keuze maken bij het beheer; we maaien vroeg, met de nodige risico’s zodat de kwaliteit van de graslanden verbeterd. Blijven we laat maaien (dus na 15 juni), dan zullen de graslanden naar verwachting niet verder ontwikkelen naar een kruidenrijke vegetatie.

Omdat we in het voorjaar de risico’s zoveel als mogelijk willen beperken, voeren we voorafgaand aan het maaiwerk veldinventarisaties uit. We lopen door de graslanden om eventueel aanwezige broedvogels, reeën, hazen en andere dieren te lokaliseren, zodat we er omheen kunnen maaien. In de meeste percelen laten we ook brede stroken met gras staan zodat er voldoende schuilgelegenheid blijft voor de dieren. Deze stroken maaien we dan op een later tijdstip in het jaar af. Tijdens het maaien worden er zogenaamde “wildredders” op de trekker bevestigd. Wildredders zijn apparaten die geluid maken zodat dieren op tijd kunnen weglopen/ vliegen voordat de trekker er langs komt.

maaibeheer

Onderhoud van poelen

Een poel is een ondiepe kleine waterplas met stilstaand grondwater. Een goed onderhouden poel is een ideaal leefgebied voor allerlei dieren. Kikkers, padden, salamanders, waterkevers, libellen, vogels en diverse zoogdieren maken er dankbaar gebruik van.

Opschonen
Om te voorkomen dat een poel dichtgroeit, is onderhoud nodig. Werkzaamheden zijn divers: oevers gedeeltelijk maaien, verwijderen van de sliblaag en verwijderen van houtopslag. Zo zorgen we ervoor dat de waterkwaliteit goed blijft en houden we de poel diep genoeg om droogvallen in de zomermaanden te voorkomen.

In fasen
Het opschonen van een poel gebeurt in fasen. Het ene jaar doen we de oostzijde, het andere jaar de westzijde. De noordelijke oever blijft zo altijd intact. Dit is het warmste deel van de oever waar amfibieën als kikkers, padden en salamanders graag hun eieren tussen de beplanting leggen. Het werk gebeurt veelal tussen medio augustus en medio oktober, dan zijn er nauwelijks amfibieën in het water

Uitdunning/ringen van bomen

Een gezond bos is een gevarieerd bos. Met oude en jonge bomen, struiken, planten en kruiden. Dit gaat niet vanzelf. Daarom dunt Landschap Overijssel gemiddeld om de vijf tot tien jaar stukken bos uit. Hierbij wordt een aantal bomen gekapt. Zo ontstaat ruimte in het bos waar jonge aanplant, kruiden en andere vegetatie de kans krijgen om te groeien. Dit zorgt voor een betere bodem en verjonging van het bos.

Naast het weghalen van bomen, laten we ook bomen sterven zonder ze te kappen. Dat noemen we ringen van bomen. Van de boom wordt rondom een stuk bast verwijderd. De sapstroom stopt en op den duur sterft de boom. Staand dood hout is namelijk heel waardevol. Voor uilen, spechten en eekhoorns zijn dit ideale nestbomen. En de bomen zijn een mooie voedselplek dankzij de vele insecten en schimmels waaronder paddenstoelen.

Om de natuur zo min mogelijk te storen, vindt het onderhoud zoveel mogelijk in het najaar en winter plaats. Mogelijk zijn wandelpaden tijdelijk minder toegankelijk.

Fijnsparsterfte - letterzetter

De hogere temperaturen hebben effect op de natuur. Zo worden wij in meerdere natuurterreinen met fijnsparsterfte geconfronteerd. Dat komt deels door verdroging en deels door de letterzetter, een kevertje dat onder de schors van verzwakte fijnsparren kruipt. Daar legt het kevertje haar eitjes, waarna de vraatzuchtige larven ervoor zorgen dat de fijnspar afsterft. Wat de situatie extra zorgelijk maakt, is het feit dat de letterzetter deze levenscyclus dankzij de hogere temperaturen vandaag de dag niet één, maar zelfs twee keer per jaar doorloopt.

Veiligheid en biodiversiteit

Daar waar wij fijnsparsterfte zien, maken wij een zorgvuldige afweging tussen wel of niet kappen. Zo kappen wij solitaire fijnsparren niet, want staand dood hout is heel waardevol voor de biodiversiteit. Met het oog op de veiligheid van recreanten kappen wij waar mogelijk de fijnsparren langs wandel- en fietspaden wel. Zo ook de fijnsparren in percelen. Daar is het onze enige kans om verdere verspreiding van de letterzetter te voorkomen of in ieder geval te vertragen. Natuurlijk compenseren wij het kappen van fijnsparren door nieuwe loofbomen te planten. Zo geven wij ook invulling aan de vaak toch al geplande omvorming van eenzijdig naaldbos naar gevarieerd loofbos.

Zo houden we de hei in stand
Terreinbeheerder Landschap Overijssel

Heidebeheer

Heide heeft regelmatig onderhoud nodig. Doe je niets, dan is het binnen een paar jaar bos.

Landschap Overijssel voert hier gericht beheer uit. Hierbij verwijderen we begroeiing als jonge boompjes en op sommige plaatsen de strooisellaag en de humuslaag. Zo blijft de bodem voedselarm wat kenmerkend is voor heidelandschappen en voorkomen we bosontwikkeling.

Het werk op de hei vindt zoveel mogelijk plaats buiten het broedseizoen (15 maart tot en met 15 juni). Tijdens de werkzaamheden is licht geluidsoverlast vanwege het zagen mogelijk.

Dood hout

Natuurlijke kringloop
Dood hout is een onderdeel van de kringloop in een bos. Bomen gaan na verloop van tijd dood door ziekte, of vallen om door een storm. Als het hout is doodgegaan boren insecten gaten in het hout, waarin schimmels en bacteriën het hout kunnen afbreken. De schimmels zijn zelf ook weer voedsel voor andere insecten welke worden gegeten door muizen en vogels zoals de boomklever.

Bomen worden soms ziek, waardoor ze langzaam doodgaan. De tonderzwam infecteert verzwakte bomen waardoor deze versnelt afsterven en gaan rotten. Maar ook het weer helpt een handje: Bij een storm kan een zwakke boom omvallen. Op deze manieren ontstaan er op natuurlijke wijze dood hout in een bos. Door het omvallen ontstaat er ruimte in het bos en valt er meer licht op de bodem, waardoor jonge bomen beter kunnen groeien en planten meer kans krijgen.

Staand dood hout
Dood hout vind je plat op de grond, maar sommige bomen staan nog recht op terwijl ze al dood zijn. Staand hout verteerd niet zo snel als hout dat op de grond ligt en biedt dus langer voedsel voor dieren. Liggend hout is vaak vochtiger en is dus een groeiplaats voor andere soorten paddenstoelen. Dood staand hout is een perfecte plek voor spechten om hun nest in te hakken of om insecten in te zoeken. Niet alleen vogels hebben belang bij holen in bomen. De bosvleermuis heeft een kolonie in boomholten op Landgoed Stroink en ook boommarters maken gebruik van holtes in oude bomen om hun jongen te beschermen.

Succes voor de middelste bonte specht
De middelste bonte specht kwam tot voor kort nauwelijks in Nederland voor, deze specht kan niet zo goed als de grote bonte specht in levend hout hakken. Hij hakt zijn hol uit in zachte, rottende stukken van bomen. Door de toenemende hoeveelheid dood hout heeft deze soort zich steeds verder kunnen uitbreiden in Nederland, maar ook door klimaatverandering voelt deze specht zich beter thuis in Nederland.

Beheer
Staand dood hout is niet zo stabiel als een levende boom en valt sneller om. Daarom worden bij wandelpaden gevaarlijke takken en bomen weggehaald. Dit hout wordt wel in het bos gelegd, zodat het aandeel dood hout niet afneemt.

Overlast?

Zoals je op deze pagina leest is onderhoud nodig om ons landschap gezond en mooi te houden. We proberen eventuele overlast zoveel mogelijk te beperken en hopen op je begrip.

Maaien - foto: Dook van Gils

Wilgen knotten - foto: Willem Heijdeman

Hakhoutbeheer voor vliegend hert - Mark Zekhuis