Natura 2000 proces

Onderzoek ontstaan en werking Aamsveen

Levend hoogveen is zeer bijzonder en komt nauwelijks nog voor in Nederland. In het Aamsveen bevinden zich nog maar een paar plekjes. De Natura 2000-doelen in het Aamsveen zijn het nog actieve (levende en herstellende) hoogveen weer uit te breiden en de heischrale graslanden, vochtige heiden, blauwgraslanden en pioniersvegetaties met snavelbiezen in het dal van de Glanerbeek te behouden.

Om te kunnen bepalen welke maatregelen precies genomen moeten worden, heeft het Natura 2000-projectteam in 2017 en 2018 gespecialiseerde onderzoeksbureaus uitgebreid onderzoek laten doen naar het ontstaan en de werking van het Aamsveen. De volgende zaken zijn daarbij aan het licht gekomen.

Hoogveen

  • het oppervlaktewatersysteem verliest water, zowel in Nederland als in het aangrenzende Duitse gebied
  • delen van het hoogveen zijn 'lek' en er blijft regenwater in staan
  • de grondwaterstanden zijn te laag om actief hoogveen te kunnen vormen
  • de veenvorming en ontwatering op Duits grondgebied speelt hierin een belangrijke rol

Dal van de Glanerbeek (lagg zone)

  • de heischrale graslanden en blauwgraslanden worden bedreigd door verzuring en steeds minder kwelwater uit de stuwwal
  • de Elzenbroekbossen worden bedreigd door verdroging en door incidentele overstromingen met (veel) te voedselrijk water vanuit de beek

Waarom moeten er bomen weg in het Aamsveen?

In het Aamsveen worden de laatste stukken levend hoogveen ernstig bedreigd door lekken en een laag grondwaterpeil. Ook de aangrenzende laggzone - in het dal van de Glanerbeek - staat onder druk door verdroging en verzuring. Om het nog bestaande hoogveen te verduurzamen en uit te breiden en om de bijzondere natuur - waaronder de (natte) Elzenbroekbossen - in de laggzone te versterken, is het nodig om selectief bos te kappen. Het gaat voornamelijk om jonge (berken)bomen, met weinig ecologische diversiteit. Deze bomen 'drinken' letterlijk het hoogveenwater op en verdampen het via hun bladeren. Als gevolg hiervan 'verbrandt' het veen wat het beoogde hoogveenherstel zeer nadelig beïnvloedt. In de laggzone verhindert jong bos de ontwikkeling van heischraal grasland en blauwgrasland. Door bomen te verwijderen ontstaan hiervoor ruimte én betere omstandigheden. Daarnaast leidt meer grip op het ontstaan van nieuw bomen tot lagere beheerkosten.

Lees hier meer over waarom Landschap Overijssel bomen velt.

Aamveen vóór beoogde bomenkap
Aamsveen ná beoogde bomenkap

Cultuurhistorie Aamsveen

Het cultuurhistorisch en archeologisch onderzoek van het Aamsveen heeft duidelijk gemaakt dat er in de prehistorie al mensen in het gebied woonden. Tot aan het begin van de bronstijd aan de rand van het Aamsveen, daarna – in de ijzertijd - lijkt het alsof de bewoners zich hoger op de stuwwal van Enschede terugtrokken. Turfwinnen in het gebied gebeurde vanaf de middeleeuwen structureel. In de loop van de 18de eeuw verdeelden en verkavelden de boeren rond Enschede het Aamsveen. Hierna volgde een periode van intensieve ontginning, tot in het nabije verleden. Boeren baggerden op hun eigen percelen nat veen en drogen het op kluunplaatsen of –dellen die de naam droegen van de boerderij waar ze bij hoorden. Deze werkwijze komt nergens anders in Nederland voor en is typisch voor het Aamsveen.

In de Esmarke werden het hoogveengebied, de broekboszone en de open veenvegetaties gebruikt voor weiden van vee, hakhout en natuurlijk turfwinning.
Dennis Worst, Cultuurland Advies

Grensstenen in het Aamsveen

De grens tussen Nederland en Duitsland in het Aamsveen werd tot het einde van de middeleeuwen bepaald aan de hand van een denkbeeldige lijn tussen markante punten in het landschap zoals bomen, heuvels of oude grensstenen. Later zijn deze vervangen door houten paaltjes. Tussen 1816 – 1818 is de grens geformaliseerd en zijn er naast bestaande stenen ook nieuwe grensstenen geplaatst. Zeer karakteristiek is de grenspaal 845 A. Hij staat op een hoge betonnen sokkel van zo’n twee meter hoog en is gefundeerd op daaronder liggende putringen. Oorspronkelijk zal de sokkel van de grenssteen net iets boven het maaiveld hebben uitgetorend. Met andere woorden, aan de hand van de sokkel is de maaivelddaling van het veen zeer goed af te lezen. In twee eeuwen tijd is een veenpakket van zeker twee meter dikte verdwenen!