Biodiversiteit

Biodiversiteit – de verscheidenheid van het leven op aarde – is belangrijk voor het bestaan van mensen. Toch worden ook in Overijssel honderden diersoorten ernstig bedreigd en verdwijnen tientallen soorten op lokale schaal. Er is sprake van een biodiversiteitscrisis. Wat betekent een biodiversiteitscrisis voor ons? En wat kunnen we er tegen doen?

Biodiversiteit

Wat is biodiversiteit?

Biodiversiteit betekent de veelheid aan plant- en diersoorten. Al het leven op aarde, van het kleinste eencellige organisme tot het grootste roofdier, maakt onderdeel uit van de biodiversiteit. Soorten zijn met elkaar verbonden en verbonden aan leefgebieden, die ook onderling weer verbonden zijn. Alle soorten en hun relaties met elkaar en de leefgebieden vormen een complex systeem.

Sterft er één soort uit, dan is dit misschien voor een leefgebied nog te ‘overzien’. Vaak kan een andere soort de ‘taken’ van de verdwenen soort overnemen. Maar er zijn ook soorten, die niet zomaar vervangen kunnen worden, dit noemen we sleutelsoorten. Zij zijn van cruciaal belang voor het voortbestaan van andere soorten in een leefgebied en soms ook voor het leefgebied zelf. Als sleutelsoorten verdwijnen kan een leefgemeenschap totaal uit evenwicht raken doordat andere soorten ook bedreigd raken, of juist enorm toenemen. Voorbeelden van sleutelsoorten in Overijssel zijn de klokjesgentiaan, veenmossen, sommige soorten regenwormen en bepaalde schimmels. Op deze soorten moeten we uiteraard extra zuinig zijn. Waarbij het belangrijk is dat we ons realiseren dat we (nog) niet van elke soort precies weten wat de invloed is op het systeem, vandaar dat we sowieso voorzichtig om moeten gaan met alle soorten.

Het gaat niet goed met de biodiversiteit

Leefgebieden met bijbehorende soorten die tegenwoordig bijzonder zijn - zoals hoogveen, laagveen of een bronnetje - kwamen vroeger veel meer voor. Daardoor waren ook de plant en diersoorten die er leven wijd verspreid. Maar door de eeuwen heen hebben mensen het landschap veranderd. Natte plekken zijn drooggelegd, de landbouw is grootschaliger geworden, heide is grasland of maïsveld geworden, steden en wegen zijn aangelegd, enzovoort. Hierdoor zijn deze gebieden minder aantrekkelijk geworden voor de soorten die er van oudsher veel voorkwamen. Zij hebben moeite om er te overleven en verdwijnen op veel plekken. Neem een soort als de veldleeuwerik, die zo heerlijk jodelt in de lucht. De veldleeuwerik is lokaal op veel plekken verdwenen. Hij vindt alleen in grotere natuurgebieden nog een laatste leefplek. Op provinciale schaal is de veldleeuwerik in aantal enorm afgenomen.

Enkele cijfers uit recente onderzoeken:

  • Van de aantallen Overijsselse weidevogels uit 1994 is nog 61% over. Vooral de grutto en de wulp hebben het zwaar. (Weidevogelmeetnet Provincie Overijssel, november 2018).
  • Er zijn ruim 80% minder vlinders dan eind 19e eeuw, vooral op de heide vanwege versnippering en verzuring. (CPB Natuur en milieu, maart 2019).
  • Vooral insecten, reptielen, dagvlinders, paddenstoelen, bijen, mossen, vogels en weekdieren hebben het zwaar. Dit blijkt uit de nieuwe Rode Lijst van het aandeel van bedreigde soorten per soortgroep (maart 2019).

Waaraan merken we dat het niet goed gaat?

Kijk maar om je heen. Vroeger stonden bijna alle velden vol met bloemen. Tegenwoordig is het moeilijk een veldboeketje samen te stellen. Vroeger zat de voorruit van je auto vol met vliegjes in de zomer, nu niet meer. Agrarische gebieden worden steeds grootschaliger, eenvormiger en stiller. Tijdens een fietstocht zijn bijna geen weidevogels meer te horen. En waar zijn de vlinders en bijen gebleven? Soorten als rozenkransje, vuursalamander, grote ijsvogelvlinder, veldkrekel, noordse woelmuis en lange zonnedauw zijn allemaal uitgestorven in Overijssel. De zwarte rapunsel, breed wollegras en het gentiaanblauwtje hebben nog één of enkele leefgebieden in Overijssel. Bepaalde algemene soorten, zoals brandnetel, ganzen en muggen, nemen juist toe. Maar de variatie aan planten en dieren verdwijnt stukje bij beetje.

Dat soorten verdwijnen is niet nieuw en kwam historisch vaker voor. Om precies te zijn was er vijf keer eerder een grote afname van biodiversiteit in de miljarden jaren dat de aarde bestaat. De laatste en bekendste hiervan is de periode waarin de dinosauriërs zijn uitgestorven. Maar de grote snelheid waarmee op dit moment soorten uitsterven is nieuw. Daarnaast zijn eerdere biodiversiteitscrises steeds veroorzaakt door geologische of natuurlijke verschijnselen, zoals vulkaanuitbarstingen, ijstijden en meteorietinslagen. Voor het eerst in de geschiedenis van de aarde wordt de biodiversiteitscrisis veroorzaakt door één soort: de mens.

Er zijn ook soorten die toenemen

Met sommige soorten gaat het juist heel goed, bijvoorbeeld soorten die vroeger bejaagd werden, maar nu niet meer zoals de oehoe, het wild zwijn, de grote zilverreiger en de slechtvalk. Het aantal ganzen neemt toe. Dat komt doordat zij van de eiwitrijke grassen houden die vanwege de intensievere bemesting op ons boerenland groeien. Sommige dieren hebben baat bij het warmere klimaat. Biodiversiteit gaat dan ook niet zozeer over meer of minder dieren, maar vooral over variatie in soorten en de bijbehorende leefgebieden. Sommige soorten redden zich prima; juist voor de kwetsbare soorten moeten we ons inzetten.

Hoe komt het dat het niet goed gaat met biodiversiteit?

Hoe komt het dat soorten verdwijnen op plekken in Nederland? Hier zijn vier hoofdredenen voor:

1. Verzuring

Door uitlaatgassen, uitstoot in de landbouw en de industrie komt steeds meer stikstof in de lucht terecht, die neerslaat en hierdoor verzuurt de bodem. Planten die hiervan houden, zoals pijpestro, bramen, bepaalde mossen, brandnetel en pitrus, zie je opeens overal. Deze snelgroeiende soorten overwoekeren hele gebieden, zoals heidegebieden en stuifzanden. De planten en dieren die van oorsprong thuishoren in deze gebieden worden verdrongen en verdwijnen.

2. Verdroging

We hebben onze ruimte zo ingericht dat water zo snel mogelijk wordt afgevoerd. Zo houden we droge voeten en kunnen we landbouwgronden gemakkelijk bewerken. Van de akkers wordt het water snel afgevoerd via de sloot, en van de straten gaat water via de putten meteen het riool in. Ons grondwaterpeil zakt en hiermee ook de grondwaterstand in de natuurgebieden. Dit terwijl de natuur water nodig heeft, denk aan natte heide, hoogvenen en alle planten en dieren die hier leven.

3. Versnippering

Wegen en woonwijken zijn dwars door leefgebieden van dieren aangelegd. Hierdoor zijn deze leefgebieden versnipperd en geïsoleerd van elkaar geraakt. Dieren kunnen hun soortgenoten niet meer bereiken. Als ze niet kunnen migreren, wordt hun leefoppervlakte te klein. Door inteelt neemt de genetische variatie af en verzwakt de soort.

4. Verplaatsing

De mens heeft vanaf de tijd van de grote ontdekkingsreizen planten en dieren verplaatst over de aarde. Deze ‘exoten’ kunnen ecosystemen in de war brengen en inheemse planten en dieren verdringen. Sommige exoten hebben geen natuurlijke vijanden, waardoor ze zich gemakkelijk kunnen uitbreiden. Dieren als de muskusrat of de Canadese gans, maar ook planten zoals de Japanse duizendknoop of de Kaukasische reuzenberenklauw, verdringen de oorspronkelijke flora en fauna in Nederland. Daarnaast kunnen exoten ziektes meebrengen, zoals de kreeftenpest en het ranavirus, waardoor inheemse populaties, die geen afweer tegen deze ziektes hebben, uitsterven. Bovendien kunnen uitheemse roofdieren inheemse soorten als prooi opeten. Zo leeft de Amerikaanse zonnebaars in het voortplantingswater van de boomkikker en de knoflookpad, en eet hier hun eitjes op. Ook de exoot de waterplant watercrassula breidt zich onstuitbaar snel uit, waardoor vennen dichtgroeien en een heel systeem onomkeerbaar wordt aangetast. De oorspronkelijke soorten hebben dan geen kans meer op overleving.

Wat kunnen we doen?

Het herstel en behoud van de biodiversiteit vraagt een lange adem en brede inzet. We moeten met elkaar het tij keren voordat het te laat is. Wanneer een plant of dier lokaal eenmaal is verdwenen, komt deze bijna nooit meer terug! We hebben met elkaar de verantwoordelijkheid om - nu het nog kan - iets te doen. Wat kunnen we doen?

  • Biodiversiteit is aanwezig in de natuurgebieden, maar ook in ieders eigen tuin. Gebruik geen gif om onkruid te bestrijden en creëer in jouw omgeving zoveel mogelijk ruimte voor planten en dieren. Haal bijvoorbeeld ook de tegels uit je tuin en zet hem vol met planten waar bijen en vlinders op af komen. En ruim je tuin niet te netjes op, laat wat takken en bladeren liggen waar dieren kunnen scharrelen.
  • Koop biologische groenten en fruit van boeren die geen pesticiden gebruiken en dus ook niet zorgen voor grote sterfte onder bijen en andere insecten. Eet minder vlees. Voor elke kilo vlees is heel veel water en soja nodig. Vaak moet regenwoud plaatsmaken voor sojaplantages, waar de biodiversiteit onder lijdt. Kies ook voor duurzame melkproducten van Nederlandse koeien die vooral gras en mais van eigen bodem eten en vrij buiten rondlopen. Kortom, neem respect voor dieren en hun leefomgeving mee in je keuzes.
  • Zie je dat de biodiversiteit wordt benadeeld, spreek je dan uit. Provincie en waterschap hebben veel invloed op de natuur, houd daar rekening mee als je gaat stemmen.

Wat doet Landschap Overijssel?

Juist in de afwisselende natuurgebieden die Landschap Overijssel beheert, kunnen we direct bijdragen aan de bescherming van planten en dieren en hun specifieke leefomgeving. We zien dit dan ook als onze kerntaak. Zo bieden we de meest kwetsbare soorten een plek om te overleven. Wat doen wij concreet?

We richten ons als organisatie in samenwerking met vele vrijwilligers op de soorten waarover we ons de meeste zorgen maken. Maar kritische soorten, zoals bepaalde soorten hagedissen, vlinders, vogels, insecten, en planten hebben het zwaar. Zij kunnen alleen overleven in specifieke leefgebieden, zoals zandgebieden met heide, veen en/of stuifzand. Daarom zorgen we ervoor dat juist deze gebieden blijven bestaan. We zorgen voor voldoende oppervlakte én variatie in een leefgebied. Voor alle levensstadia van dieren en planten moet er een goede leefomgeving zijn, dus in een heidegebied zowel kaal zand en mos als jonge en oude heide. Daarnaast moeten leefgebieden met elkaar zijn verbonden, zodat verschillende populaties elkaar kunnen bereiken. Ook herstellen we ecosystemen. Zo nemen wij onder meer maatregelen om watersystemen te versterken, waardoor delen van onze natuurterreinen waar nodig natter worden. Hierdoor kunnen kritische soorten beter overleven. Groeiend hoogveen legt bovendien ook veel CO2 vast. We hebben hierbij extra focus voor de bijzondere en kwetsbare Natura 2000- gebieden.

We helpen mensen om zelf iets te doen aan het beschermen van planten en dieren in hun eigen leefomgeving. We richten ons hierbij heel specifiek ook op het landelijke gebied, waar een dooradering van houtwallen, singels, maar ook de aanleg van poelen en kruidenakkers een enorme boost aan biodiversiteit kan geven.

Ook laten we onze stem horen wanneer bepaalde ontwikkelingen negatief zijn voor planten en dieren, denk aan de aanleg van een weg. En we proberen de politiek te beïnvloeden, zodat zij keuzes maken die planten en dieren beschermen.